De regering van de Ecuadoraanse president Lenín Moreno trekt de bezuinigingen op brandstofsubsidies weer in. Dit na gesprekken tussen de inheemse demonstranten en de president op zondag.

De Ecuadoraanse regering wil nu samen met de inheemse leiders in gesprek over een nieuwe brandstofwet waar ze zich allebei in kunnen vinden. Volgens de autoriteiten is dit nodig omdat de subsidies de economie verstoren en de staat inmiddels 60 miljard dollar (54,6 miljard euro) hebben gekost.

Arnaud Peral, die namens de Verenigde Naties optrad als bemiddelaar tussen de twee partijen, zei zondagavond dat de inheemse leiders in ruil voor de subsidies zullen stoppen met de protesten.

De mededeling van de president vormt een grote doorbraak in een ruime week van heftige protesten. Meerdere protesten in de hoofdstad Quito waren de afgelopen tijd flink uit de hand gelopen. De veiligheidsdiensten hebben meermaals traangas gebruikt. Bij de botsingen met agenten zijn vier demonstranten om het leven gekomen. Honderden anderen raakten gewond of werden opgepakt.

De regering ging vanwege de protesten zelfs weg uit de hoofdstad naar de kustplaats Guayaquil. In het land werd zaterdag ook een avondklok ingesteld. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken raadde vakantiegangers tijdelijk af naar het Zuid-Amerikaanse land te gaan.