In Polen zijn zondagochtend om 7.00 uur de stembussen geopend. Naar verwachting wint de huidige regeringspartij PiS (Prawo i Sprawiedliwosc, Recht en Rechtvaardigheid) de parlementsverkiezingen ruim en zal het land de komende vier jaar opnieuw een nationalistische regering hebben.

Volgens de laatste peilingen zal zo'n 45 procent van de kiezers op de conservatief-nationalistische partij PiS stemmen. Partijvoorzitter Jaroslaw Kaczynski noemt de stembusgang "de belangrijkste verkiezingen sinds 1989".

Tegenwind van de oppositie hoeft de PiS niet te verwachten. Was de oppositie tijdens de Europese verkiezingen van afgelopen mei nog verenigd, het blok is inmiddels uiteengevallen in vier delen. De grootste oppositiepartij, de rechts-liberale Burgercoalitie, schommelt volgens de laatste peilingen rond de 25 procent van de stemmen.

In Polen worden de 460 zetels van de Sejm op basis van een proportionele verdeling toegewezen. Daardoor zijn de grotere partijen in het voordeel. Als de PiS ongeveer 40 procent van de stemmen behaalt, is het mogelijk dat de partij een absolute meerderheid in zetels krijgt.

PiS krijgt steun van katholieken vanwege campagne tegen lhbti's

PiS is sinds 2015 aan de macht. De Poolse economie is onder dit bewind flink gegroeid. Zo is het beschikbare inkomen per persoon in de afgelopen vier jaar met ongeveer 20 procent gestegen. Ook de kinderbijslag is flink omhooggegaan. Bovendien is het werkloosheidscijfer van Polen een van de laagste percentages binnen de EU.

De regeringspartij is door het sociaal-economische beleid met name geliefd bij het katholieke deel van de bevolking en de Polen die buiten de grote steden wonen. Daarnaast voert de PiS een harde campagne tegen de lhbti-gemeenschap. De partij schildert lhbti's af als "gevaarlijk".

De EU krijgt dus opnieuw te maken met een nationalistische regering in het Visegrádland. Polen lag de afgelopen vier jaar al regelmatig overhoop met de EU, onder meer vanwege de ontwikkeling van de rechtsstaat.