Wetenschappers hebben een belangrijke stap gezet in het mogelijk maken van nucleaire ontwapening. Tot nu toe was het lastig om na te gaan welke kernwapens vernietigd zijn, omdat landen vreesden dat er bij het identificatieproces gevoelige informatie vrijkomt. Daar lijkt nu wellicht verandering in te komen met een veelbelovende nieuwe technologie.

De eerste experimenten met de nieuwe identificatiemethode zijn maandag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature gepubliceerd door onderzoekers van de Amerikaanse universiteit MIT.

Onderzoekers kunnen met de methode een uniek profiel afleiden uit een kernkop, een soort vingerafdruk. Dat doen ze door een neutronenstraal af te schieten op een atoomwapen, waardoor er informatie vrijkomt over een aantal cruciale eigenschappen van de bom, waaronder de samenstelling van isotopen.

In theorie kunnen wapeninspecteurs hiermee in de toekomst nagaan welke atoombommen vernietigd zijn en dus of internationale afspraken over kernwapens ook echt worden nageleefd. De experimenten zijn nog niet op een echt kernwapen of plutonium uitgevoerd, maar op de soortgelijke metalen molybdeen en wolfraam.

Geheime details blijven geheim

Het grote voordeel van de nieuwe methode is dat belangrijke delen van de vingerafdruk tijdens de identificatie onleesbaar worden gemaakt met wat de onderzoekers een fysiek filter noemen. Dit zogenoemde isotopische filter versleutelt het profiel op zo'n manier dat wapeninspecteurs de kernkoppen wel kunnen onderscheiden, maar geen mogelijk geheime details kunnen afleiden uit het profiel.

De versleuteling gebeurt dus fysiek, zonder tussenkomst van computers, en is volgens de onderzoekers dan ook zo goed als onherroepelijk: "In principe is versleuteling ook mogelijk met computers", zegt Areg Danagoulian, een van de onderzoekers bij MIT. "Maar computers zijn onbetrouwbaar. Ze kunnen gehackt worden, terwijl natuurwetten onveranderbaar zijn."

Kernkoppen worden bewaard

Tot nu toe is het niet mogelijk geweest om kernkoppen te identificeren zonder daarbij informatie prijs te geven over hoe het wapen gemaakt wordt. De Verenigde Staten en Rusland hebben bijvoorbeeld in het verleden afgesproken niet de kernkoppen zelf te vernietigen, maar de raketten en vliegtuigen waarmee de atoombommen afgeleverd worden. De kernkoppen zelf worden vervolgens opgeslagen in wapenvoorraden.

In het kader van het START-ontwapeningsverdrag tussen Rusland en de VS werden bijvoorbeeld de vleugels van de Amerikaanse B-52-bommenwerpers gesloopt. De vliegtuigen werden achtergelaten in de woestijn van de Amerikaanse staat Arizona, zodat Rusland vanuit de lucht kon controleren dat de afspraken nageleefd werden.

Identificatie is cruciaal

Opgeslagen wapens kunnen misschien wel minder makkelijk in een oorlog gebruikt worden, maar lopen nog wel het gevaar te worden gestolen of verkocht. Of ze kunnen per ongeluk afgaan, met alle gevolgen van dien.

"Er is een echte noodzaak om dit soort gevaarlijke scenario's te voorkomen en achter die wapenvoorraden aan te gaan", zegt Danagoulian."En dat betekent dat we eerst de wapens moeten kunnen identificeren."

VS en Rusland hebben samen 13.000 kernkoppen

De methode is nu een belangrijke testfase door, maar het duurt nog even voordat het ook echt in het veld gebruikt kan worden door wapeninspecteurs. Daarvoor moet er nog veel onderzoek gedaan worden, omdat niet zeker is of en hoe de methode buiten de experimentele omgeving werkt.

Danagoulian benadrukt de ernst van nucleaire ontwapening. Een handvol moderne nucleaire wapens, stelt hij, bezit evenveel destructieve kracht als elk wapen dat ooit is afgevuurd in de Tweede Wereldoorlog, inclusief de atoombommen die op Hiroshima en Nagasaki zijn gegooid. De VS en Rusland hebben samen ongeveer 13.000 nucleaire wapens.