Bij botsingen tussen demonstranten en regeringstroepen op het door Indonesië bestuurde deel van het eiland Nieuw-Guinea zijn maandag 26 mensen omgekomen. Minstens 70 mensen raakten gewond.

Er was onder meer onrust in de stad Wamena, waar demonstranten gebouwen in brand hebben gestoken.

Er zijn meerdere geweerschoten gehoord. Volgens een woordvoerder van het Indonesische leger is de situatie nu stabiel.

Ook op andere plekken in Papoea zijn conflicten ontstaan. In Jayapura, de hoofdstad van de regio, zijn bij protesten ten minste vier doden gevallen, onder wie een politieman.

Onrust door raciale en etnische discriminatie

Papoea heeft sinds halverwege augustus te maken met de grootste onrust in jaren. Aanleiding voor de protesten is een incident met een groep West-Papoease studenten in de havenstad Soerabaja.

De studenten werden tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsdag door de autoriteiten met traangas uit hun wooncomplex verjaagd, nadat ze een nationale vlag zouden hebben gevandaliseerd.

De onrust is weer aangewakkerd nadat het gerucht rondging dat een niet-inheemse leraar op Papoea een leerling "aap" noemde. De chef van de politie in Wamena noemt dit een verzinsel.