Oud-president Zine El Abidine Ben Ali van Tunesië is donderdag in Saoedi-Arabië op 83-jarige leeftijd overleden. Volgens zijn advocaat was het voormalige staatshoofd ernstig ziek. Ben Ali was president van 1987 tot hij in 2011 werd afgezet.

Ben Ali werd president door de eerste Tunesische president Habib Bourguiba met een geweldloze staatsgreep af te zetten en hem ongeschikt te verklaren. Hij won de daaropvolgende verkiezingen met een grote meerderheid.

Tijdens die verkiezingen onderdrukte hij de andere politieke partijen. Amnesty International beschuldigde hem van corruptie bij de parlements- en presidentsverkiezingen.

Zijn heerschappij duurde tot 2011. Hij trad toen gedwongen af en vluchtte naar Saoedi-Arabië vanwege grote protesten tegen zijn heerschappij. Deze protesten in Tunesië worden gezien als het begin van de Arabische Lente, een periode waarin de bevolkingen van meerdere Arabische landen zich met grote protesten tegen hun leiders keerden.

Ben Ali mag worden begraven in Tunesië

In januari 2011 vertrok Ben Ali onder druk van de protesten naar Saoedi-Arabië. Tunesische rechters veroordeelden hem bij verstek tot twintig jaar gevangenisstraf voor het aanzetten tot geweld en moord. Sindsdien is hij niet meer in het openbaar gezien.

Premier Youssef Chahed van Tunesië zei vorige week nog dat Ben Ali onder voorwaarden mocht terugkeren naar zijn land als hij ernstig ziek was. Ook gaf hij de familie van Ben Ali toestemming hem in Tunesië te begraven.

Afgelopen zondag waren er nog verkiezingen in Tunesië. Die werden gewonnen door twee nieuwkomers in de Tunesische politiek. Dit werd tijdens het presidentschap van Ben Ali nog voor onmogelijk gehouden.