De regering van Gibraltar heeft donderdag de Iraanse supertanker Grace 1 van de ketting gehaald. Het schip werd in juli in beslag genomen, wat leidde tot een diplomatiek conflict tussen Iran en het Verenigd Koninkrijk.

Aanvankelijk stond de uitspraak van de Gibraltarese rechter voor donderdagochtend gepland. De uitspraak werd echter uitgesteld nadat het Amerikaanse ministerie van Justitie toestemming voor de inbeslagname van de tanker had gevraagd.

Uiteindelijk bleek tussenkomst van de rechter echter niet nodig, schrijft The Gibraltar Chronicle. Premier Fabian Picardo besloot de detentie van het schip en zijn opvarenden te beëindigen. Dit gebeurde nadat Iran zijn regering had verzekerd dat de lading van het schip niet in Syrië zou belanden. Het Amerikaanse verzoek werd niet behandeld.

De supertanker werd op 4 juli in Britse wateren rond Gibraltar in beslag genomen. De Britse en Gibraltarese autoriteiten stellen dat de lading van de Grace 1, die uit zo'n 2,1 miljoen vaten ruwe olie bestaat, bestemd was voor Syrië. Dit is vanwege EU-sancties niet toegestaan.

Een woordvoerder van de Gibraltarese regering liet donderdag ook weten dat de kapitein en drie officieren van de Iraanse tanker op vrije voeten zijn gesteld.

De tanker zal zo spoedig mogelijk uit Gibraltar vertrekken, meldde de Iraanse ambassade in Londen.

Lot Brits schip in Iraanse handen nog onduidelijk

Twee weken nadat de Grace 1 aan de ketting werd gelegd, nam de Iraanse Revolutionaire Garde een Britse tanker - de Stena Impero - in beslag in de buurt van de Straat van Hormuz. De Britse regering ziet dat als een illegitieme vergeldingsmaatregel en stelt dat de Stena Impero op dat moment in internationale wateren voer.

Een woordvoerder van de rederij van het Britse schip zei donderdag dat de situatie rond dat schip nog hetzelfde is. Het bedrijf wacht op de volgende stappen die het Verenigd Koninkrijk en Iran zetten.

Spanningen in Perzische Golf opgelopen

De spanningen in de Perzische Golf zijn de afgelopen maanden opgelopen. Op 8 mei 2018 trok de VS zich terug uit het nucleaire akkoord met Iran en Europese landen en werden strenge economische sancties weer volledig van kracht.

Bijna een jaar later, op 5 mei, stelde de Amerikaanse veiligheidsadviseur John Bolton dat er aanwijzingen voor een "onbekende dreiging" in de regio rond Iran waren. Bondgenoten van de VS die in buurlanden Syrië en Irak aanwezig zijn, zouden gevaar lopen.

Een aantal tankers werd vervolgens aangevallen in het gebied rond de Straat van Hormuz. Militaire kenners en westerse inlichtingendiensten achten het waarschijnlijk dat de Iraanse Revolutionaire Garde achter die incidenten zat.