In tegenstelling tot wat in eerdere berichtgeving werd gemeld, haalt de Amerikaanse supermarktketen Walmart gewelddadige computerspellen niet uit de vitrines. De keten blijft dergelijke spellen verkopen in de nasleep van de twee dodelijke massaschietpartijen in de VS van afgelopen weekend.

Vrijdagavond meldden verschillende media, waaronder NU.nl, dat Walmart zich genoodzaakt zag gewelddadige spellen voorlopig uit promotieopstellingen in winkels te halen. Het bericht was gebaseerd op informatie van IGN. Die gamewebsite corrigeerde dat artikel later omdat Walmart in de war was door een reactieverzoek van IGN.

De site vroeg de supermarktketen om opheldering over berichten die rondgingen op sociale media. Daarin werd gesproken over het uit het zicht halen van shooters en andere genres. Ook zouden sommige filialen de verkoop van videospellen geheel stoppen.

Walmart laat IGN weten dat het de promotie en verkoop van gewelddadige spellen de afgelopen week inderdaad heeft teruggeschroefd, maar dat dit geen beleid voor de lange termijn is. Walmart staat bekend als een van de grootste warenhuizen ter wereld.

Tientallen mensen omgekomen

Bij massaschietpartijen in Ohio en Texas kwamen afgelopen weekend tientallen mensen om het leven. De Amerikaanse president Donald Trump wees na de eerste schietpartij in El Paso (Texas) met de beschuldigende vinger naar gewelddadige computerspellen, die volgens hem "geweld ophemelen in de samenleving".

Trump twitterde vrijdag dat er een "serieuze discussie" gevoerd is over het invoeren van antecedentenonderzoeken, waarbij wapenhandelaren informatie kunnen opvragen over degene die een wapen wil aanschaffen.

De president zegt dat met "gezond verstand" beslissingen genomen kunnen worden die de VS nodig heeft op het gebied van wapenverkoop.

De National Rifle Association (NRA) in de VS blijft vasthouden aan haar slogan Guns don't kill people, people kill people (vuurwapens doden geen mensen, mensen doden mensen) en ziet vooralsnog geen reden om de wapenverkoop aan te pakken, schrijft onder meer BBC News.