Het Israëlische leger is maandagochtend begonnen met de sloop van een aantal Palestijnse huizen in Oost-Jeruzalem. De huizen waren volgens Israël te dicht bij de militaire grensbarrière gebouwd.

In de nacht van zondag op maandag trokken bulldozers en honderden Israëlische militairen de wijk Sur Baher binnen. Bewoners werden met geweld uit hun huizen verwijderd. Ze hadden tot vrijdag de tijd om hun huizen vrijwillig te verlaten.

Het hooggerechtshof van Israël heeft in juni beslist dat het appartementencomplex op de Westelijke Jordaanoever te dicht bij de grens met Israël was gebouwd. De bewoners zouden hier geen toestemming voor hebben gehad. Een van de inwoners stelt echter dat hij wel een vergunning had.

VN-coördinator voor Humanitaire Zaken Jamie McGoldrick en andere VN-instanties riepen de Israëlische autoriteiten vorige week nog op de sloopwerkzaamheden uit te stellen. De Europese Unie noemde de sloop "een ondermijning van de voorzetting van de tweestatenoplossing en het vooruitzicht op langdurige vrede".

Palestijnse en internationale activisten vrezen dat de sloop een precedent zal scheppen voor andere gebouwen langs de honderden kilometers lange grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever.

Israël weerspreekt dat het besluit om de woningen te slopen politiek gemotiveerd is. Ook stellen de Israëlische autoriteiten dat de barrière een sleutelrol speelt bij het drastisch verminderen van het aantal aanvallen.