De Thaise premier Prayuth Chan-ocha heeft maandag zijn functie als hoofd van het leger officieel neergelegd. Hij meldt dat het Aziatische land na een militair regime van vijf jaar weer terugkeert naar een "normale democratie".

Critici stellen echter dat de invloed van het leger op de politiek blijft bestaan, omdat de senaat bestaat uit politici die zijn gekozen door de junta.

De nieuwe regering van Prayuth treedt dinsdag officieel aan. Het kabinet bestaat uit politici die gekozen zijn door de negentien legergezinde coalitiepartijen die samen een kleine meerderheid in het parlement hebben.

Volgens de premier was het politieke regime op meerdere vlakken succesvol, maar is het tijd om terug te keren naar een "volledig democratisch land met een constitutionele monarchie en een gekozen parlement".

In de toekomst worden problemen volgens het democratische systeem aangepakt, aldus Prayuth. Vorige week gebruikte hij zijn speciale bevoegdheden als legerleider voor het laatst om verschillende mediarestricties op te heffen en rechtszaken van de militaire naar civiele rechtbank over te hevelen.

Onder junta werden meerdere keren verkiezingen beloofd

De voormalig generaal werd in 2014 benoemd tot premier, nadat militairen een coup pleegden na maanden van politieke onrust.

In de daaropvolgende jaren werd de macht van het leger uitgebreid met een nieuwe grondwet en nieuwe wetten.

In de periode na de staatsgreep beloofden de generaals meermaals vervroegde verkiezingen, maar die werden keer op keer uitgesteld. De Thaise bevolking mocht uiteindelijk afgelopen maart naar de stembus.