De lichamen van zeven van de in totaal acht bergbeklimmers, die al bijna een maand vermist waren in het Himalayagebergte, zijn zondag geborgen. Dat meldt het Franse persbureau AFP.

De identiteit van de slachtoffers is niet bekendgemaakt. De groep klimmers bestond uit vier Britten, twee Amerikanen, een Indiër en een Australiër. De Indiase autoriteiten gingen er al weken van uit dat de klimmers waren overleden.

De lichamen werden gevonden door de Indo-Tibetaanse grenspolitie (ITBP) op een flank van de bergtop genaamd Nanda Devi East in India. In de buurt van de vindlocatie werd ook een deel van de uitrusting van de klimmers gevonden. De zoektocht naar de achtste en laatste vermiste klimmer gaat maandag verder, aldus de ITBP.

De groep, die geleid werd door de ervaren Britse bergbeklimmer Martin Moran, probeerde niet de hoogste bergtop te halen, maar een nog niet beklommen top op zo'n 6.477 meter hoogte. Hiervoor was geen toestemming verleend door de autoriteiten. Op 13 mei begon de tocht, die zo'n 24 dagen moest duren.

Laatste contact met klimmers was op 26 mei

Op 26 mei liet de groep voor het laatst van zich horen. Een dag later werd het gebied getroffen door een zware lawine. Mogelijk zijn de klimmers hierdoor van een ijsrichel gevallen.

De massale op touw gezette zoektocht werd steeds bemoeilijkt door slecht weer en lastig begaanbaar terrein. Het team dat de lichamen vond, had zondag vijf uur nodig om de lichamen terug te halen.

In de afgelopen weken en maanden was er vaker slecht nieuws over klimmers in de Himalaya. Zeker elf alpinisten kwamen de afgelopen twee weken om het leven toen zij de Mount Everest wilden beklimmen. Door de drukte op de berg raken diverse klimmers in moeilijkheden.