De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft in de aanloop naar de burgemeestersverkiezing op zondag in Istanboel hard uitgehaald naar de oppositie. Hij zei donderdag dat de onafhankelijkheid van het land op het spel staat en beschuldigde Ekrem Imamoglu, die namens oppositiepartij CHP de vorige verkiezingen won, van samenwerken met coupplegers.

Istanboel is zondag het decor van een opvallend politiek schouwspel. Erdogans partij hoopt zich te revancheren voor de nederlaag die het leed bij de lokale verkiezingen van 31 maart, toen Imamoglu met een verschil van zestienduizend stemmen Binali Yildirim, de afgevaardigde van Erdogans partij AKP, versloeg.

Het betekende dat het commerciële centrum van Turkije voor het eerst in 25 jaar niet in handen zou zijn van de AK-partij. Erdogan zelf was in de jaren negentig nog burgemeester van Istanboel. Naast Istanboel verloor de AKP onder andere ook in hoofdstad Ankara.

Zijn partij liet het er niet bij zitten en vroeg talloze hertellingen van de stemmen in Istanboel aan, die stuk voor stuk (deels) werden afgewezen. Volgens Erdogan vonden tijdens de verkiezingen "georganiseerde misdaden" plaats.

'Onbevoegde waarnemers in stemlokalen'

Op 6 mei ging de Turkse kiesraad alsnog overstag en werden nieuwe burgemeestersverkiezingen uitgeschreven, ondanks dat Imamoglu al geïnstalleerd was als nieuwe burgemeester van de stad. Er zouden onbevoegde waarnemers in de stemlokalen hebben gezeten, een voorwaarde om verkiezingen wettig te laten verlopen.

De oppositie noemt het besluit "niet rechtmatig en legitiem" en geeft aan dat de verkiezingen laten zien dat het land een dictatuur is geworden. De CHP gaf echter al snel aan de nieuwe race niet te willen boycotten.

CHP-kandidaat Ekrem Imamoglu. (Foto: EPA)