Bijna twee miljoen mensen hebben zondag in Hongkong deelgenomen aan de protesten tegen een omstreden uitleveringswet. Dat zeggen organisatoren van de manifestatie in de Aziatische metropool met circa zeven miljoen inwoners.

De protestmars is volgens lokale media inmiddels ten einde gekomen, al zijn er nog steeds duizenden betogers op de been.

Het aantal demonstranten is nog niet geverifieerd, maar mochten er inderdaad bijna twee miljoen mensen hebben deelgenomen aan de protestmars dan is dit het grootste protest sinds de stad in 1997 door het Verenigd Koninkrijk overgedragen werd aan China.

Zondag bood Carrie Lam, de hoogste bestuurder van de stad, haar excuses aan voor de wijze waarop is geprobeerd de uitleveringswet door te voeren. In een verklaring stelt ze dat haar regering steken heeft laten vallen en daarmee voor onrust heeft gezorgd.

Betogers nemen daar geen genoegen mee. Zij willen dat het wetsvoorstel helemaal van tafel gaat en vrezen dat China meer invloed zal krijgen op de autonomie van Hongkong en dat de positie van de stad als economisch middelpunt in Azië op het spel staat als de uitleveringswet er komt.

Al langer protesten in Hongkong tegen het wetsvoorstel

In Hongkong wordt al langer gedemonstreerd tegen het wetsvoorstel die het mogelijk maakt verdachten in Hongkong uit te leveren aan China. Op 12 juni blokkeerden vele tienduizenden demonstranten wegen rond regeringsgebouwen uit protest.

Die protesten leidden tot botsingen met veiligheidsdiensten, die besloten rubberen kogels af te vuren en traangas in te zetten. Er vielen tientallen gewonden en de politie verrichte zeker elf arrestaties.