De verwoestende natuurbranden in het noorden van Californië van vorig jaar juli zijn ontstaan toen een metalen paal met een hamer de grond in werd geslagen. De daarvanaf spattende vonken zorgden uiteindelijk voor de grootste brand in de geschiedenis van de Amerikaanse staat, die zeker 1.858 vierkante kilometer land besloeg.

Dat meldt CNN op basis van het Californische ministerie van Bosbouw en Brandbescherming. De brand vond plaats in de provincie Mendocino, op ongeveer 150 kilometer van San Francisco.

De metalen paal werd de grond in geslagen omdat een man een ingang van een wespennest probeerde te blokkeren. Toen hij de brand rook, probeerde hij zelf het vuur te doven, waarna hij het alarmnummer belde. Hij is niet aangeklaagd, volgens het ministerie gaat het om een ongeluk.

Het kostte de brandweer vanwege de hitte en het droge weer in die regio bijna twee maanden om het vuur onder controle te krijgen. Bijna vierduizend brandweerlieden en tweehonderd militairen kregen ondersteuning van specialisten uit Australië en Nieuw-Zeeland.

Bij de brand kwam één brandweerman om het leven en raakten er nog eens drie gewond. Ook gingen 280 gebouwen in de vlammenzee op.

Dodelijkste brand gevolg van elektriciteitskabels

Een andere bosbrand, die van de Californische brandweer de naam 'Camp Fire' kreeg, zou zijn veroorzaakt door elektriciteitskabels van het bedrijf Pacific Gas and Electricity, zo oordeelt het Californische ministerie.

Die bosbrand groeide in november vorig jaar uit tot de dodelijkste bosbrand ooit in de historie van de Amerikaanse staat. Er kwamen 85 mensen bij om het leven en er werden ook bijna negentienduizend gebouwen verwoest.