De Verenigde Arabische Emiraten hebben bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) aangegeven dat de sabotage van een viertal tankers voor de kust van het land op 12 mei een "gecoördineerde actie in opdracht van een bepaald land" moet zijn geweest.

De Verenigde Arabische Emiraten werden in deze uitspraak gesteund door Noorwegen en Saoedi-Arabië, maar wilden niet zeggen welk land zij verantwoordelijk houden voor de aanvallen. Iran, dat door de Verenigde Staten als schuldige van de sabotage wordt gezien, werd ook niet genoemd.

Volgens de drie landen vereisten de aanvallen op de drie tankers "snelle boten met vakkundige duikers, die deskundig genoeg waren om uiterst nauwkeurig mijnen op de juiste plek direct onder de waterlijn te plaatsen".

De Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton zei op 29 mei dat gebruik was gemaakt van zeemijnen die "vrijwel zeker" uit Iran komen. Iran heeft de beschuldigingen altijd ontkend.

Prijs van ruwe olie steeg door aanvallen voor kust van VAE

De aanvallen van 12 mei waren gericht tegen twee Saoedische tankers, een schip uit de Verenigde Arabische Emiraten en een Noorse tanker. Er vielen geen slachtoffers.

De twee Saoedische olietankers werden gesaboteerd nabij de kust van de Verenigde Arabische Emiraten. Door dit nieuws steeg de prijs van ruwe olie.

De Verenigde Arabische Emiraten lieten eerder weten dat de vier schepen die waren aangevallen voor anker lagen voor de haven van het emiraat Fujairah, vlak bij de Straat van Hormuz. De haven van Fujairah is een van de grootse overslagplekken voor ruwe olie en gas.

Saoedi-Arabië zei eerder dat de aanslag een poging was om de aanvoer van ruwe olie te beïnvloeden.

Volgens een Saoedische minister was een van de tankers op weg om gevuld te worden met olie die bestemd was voor de Verenigde Staten.