Na de val van dictator Omar Al Bashir hoopt een breed gesteunde democratische beweging in Soedan op de terugkeer naar een burgerregering. De militaire 'overgangsregering' liet in de afgelopen dagen op dodelijke wijze zien waar de echte macht ligt. Vijf vragen over de situatie.

1. Wat is er aan de hand in Soedan?

Milities bestormen maandag de provisorische barricades rond het protestkamp in het hart van de hoofdstad Khartoem, opgeworpen door de ongewapende burgers die daar al maanden aandringen op een burgerregering. De militieleden schieten met hun kalasjnikovs. Soms in de lucht. Soms niet.

"We kregen te horen: ga daarheen en dood de vijand", zou een van hen na afloop tegen demonstranten hebben gezegd.

Zeker zestig burgers komen om het leven, honderden anderen raken gewond.

De militaire junta die het land sinds de val van president Al Bashir leidt, kondigt op woensdag een onderzoek naar het geweld aan. Critici zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat de militaire top niet verantwoordelijk is, maar verwachten niet dat die conclusie het onderzoeksrapport haalt.

Het is nu de vraag of de massale straatprotesten de gewelddadige repressie overleven, of dat de roep om een democratische burgerregering effectief wordt gesmoord.

2. Hoe ontvouwde de crisis zich?

In december vorig jaar gaan de eerste Soedanezen de straat op om te protesteren tegen het beleid van president Al Bashir. Het land verkeert in een diepe economische crisis en er volgen bezuinigingen op subsidies voor onder andere brood en brandstof.

De ontevredenheid groeit en de demonstraties worden groter en groter. In februari roept Al Bashir de noodtoestand uit in het land en verbiedt hij openbare bijeenkomsten. Regeringstroepen treden hard op en er komen tientallen burgers om het leven.

Op 6 april bezetten betogers het plein voor het militaire hoofdkwartier en eisen ze het aftreden van de president. Op 11 april pleegt het leger een coup. Het betekent het einde van het regime-Al Bashir, dat het land ruim dertig jaar regeerde.

3. Wie heeft nu de macht in handen?

Sinds de afzetting van Al Bashir wordt het land feitelijk geleid door een junta, de zevenkoppige Transitional Military Council (TMC). Daarnaast zijn er tal van paramilitaire groepen en bewegingen actief in het land.

De militaire raad, onder leiding van generaal Abdel Fattah Abdelrahman Burhan, zegt uiteindelijk vrije verkiezingen te willen organiseren, maar de burgers en oppositie nemen hier geen genoegen mee. Zij eisen per direct een burgerregering die het land zal leiden tot aan de verkiezingen.

De demonstranten geven niet op en blijven de straat op gaan. Ook de bezetting van het plein voor het legerhoofdkwartier gaat door.

Er volgen weken van gesprekken tussen de oppositie en de militaire raad, die zich hebben verenigd in de Alliance for Freedom en Change.

Half mei wordt een akkoord bereikt. De betogers willen een lange overgangsperiode om zo los te komen van het diepgewortelde regime van Al Bashir. Ze vrezen dat er eerder geen eerlijke verkiezingen kunnen worden gehouden.

4. Wie zijn de demonstranten?

De demonstranten zijn, gezien de demografische verhoudingen in het land, vooral jonge Soedanese vrouwen en mannen uit alle economische lagen van de samenleving. De protesten worden geleid door de Sudanese Professionals Association (SPA), een samenwerking tussen artsen en advocaten.

Op 3 juni begon de 'opruiming' van het plein. Militairen, oproerpolitie en nationale veiligheidstroepen treden met hard geweld op tegen de betogers.

Aan de aanval doet ook de zogeheten Rapid Support Force (RSF) mee, een paramilitaire organisatie die bekendstaat als zeer gewelddadig.

Op video's op sociale media is onder meer te zien dat de RSF traangas afvuurt. Er wordt veel met aanvalsgeweren geschoten. Tenten op het plein vliegen in brand en ongewapende demonstranten en mensen die gewonden proberen weg te brengen, worden hardhandig geslagen. Ook zouden hulpverleners bedreigd en ambulances geblokkeerd zijn.

Gewezen Al Bashir-vertrouweling en hardliner Mohamed Hamdan 'Hemeti' Dagalo is vicevoorzitter van de Soedanese junta - en volgens kenners de facto regeringsleider. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven en genocide. (Foto: AFP).

5. Wie zijn de paramilitairen van de Rapid Support Force?

De paramilitaire Rapid Support Forces hebben een reputatie die naadloos aansluit bij het geweld tegen de demonstranten in Khartoem. De groepering stond vroeger bekend als de Janjaweed (vertaling: een man met een geweer op een paard), een verbond van kleinere milities die vooral bestaan uit leden van veehoudende Arabische stammen.

De Janjaweed maakten zich schuldig aan talloze oorlogsmisdrijven, onder meer tijdens de burgeroorlog in de regio Darfur.

Recent werden de militanten door Soedan uitgeleend aan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie die in Jemen tegen de sjiitische Houthi-rebellen vecht. In ruil voor die militaire steun ontvangt Soedan financiële steun van Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte, landen die met het oog op de rust in eigen huis geen fan zijn van mondige burgers die aandringen op democratie.

De commandant van de RSF is een hardliner, generaal Mohamed Hamdan Dagalo, beter bekend onder de bijnaam 'Hemeti'. Hij stond in Darfur ook aan het hoofd van de Janjaweed.

Hemeti was decennialang een vertrouweling van de afgezette president Al Bashir en is nu vicevoorzitter van de militaire transitieraad, wat hem interim-vicepresident van Soedan maakt.

Binnen de internationale diplomatie is het een publiek geheim dat 'Hemeti', en niet voorzitter Burhan, nu de machtigste man van het land is.