De Verenigde Staten verdenken de regering van de Syrische president Bashar Al Assad ervan weer gifgas te hebben gebruikt, dit keer in de noordwestelijke provincie Idlib.

Idlib is het laatste gebied dat Syrische rebellen die tegen president Al Assad strijden nog in handen hebben. In de provincie geldt een wapenstilstand, maar afgelopen zondag werd er toch een aanval uitgevoerd. Volgens de VS is daarbij door regeringstroepen chloorgas gebruikt.

"Wij hebben aanwijzingen dat het regime van Al Assad afgelopen zondag wederom gebruik heeft gemaakt van chemische wapens", stelt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dinsdag in een verklaring.

Volgens de verklaring zijn de Amerikanen nog bezig met het verzamelen van bewijs, maar er wordt gewaarschuwd dat er "snel en passend" gereageerd zal worden als dit waar blijkt te zijn.

"Het geweld van de Syrische regering tegen de bevolking moet stoppen. De VS herhaalt de eerdere waarschuwing dat een schending van de wapenstilstand in Idlib ertoe zal leiden dat de situatie escaleert en de regio destabiliseert."

Syrische regering al vaker beschuldigd van gifgasaanval

Het is niet de eerste keer dat de Syrische regering wordt beschuldigd van het gebruik van gifgas. Toen in april 2018 in de Syrische stad Douma gifgas was gebruikt, reageerden de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk met een gezamenlijk bombardement op Syrische legerdoelwitten.

De Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) kwam tot de conclusie dat er in Douma gifgas was gebruikt en dat het zeer waarschijnlijk is dat in Syrië alleen regeringstroepen chemische wapens gebruiken.