Hongarije schendt veelvuldig de mensenrechten van asielzoekers, blijkt uit een dinsdag verschenen rapport van de Commissaris voor Mensenrechten van de Raad van Europa, Dunja Mijatovic.

Ze stelt onder meer dat asielzoekers in de transitzone bij de omheinde Hongaars-Servische grens worden beperkt in hun recht op internationale bescherming en dat de asielzoekers daar soms ook geen eten krijgen.

Ook maakt Mijatovic zich ernstig zorgen om de nieuwe Hongaarse wetgeving, die het mogelijk maakt om asielaanvragen gemakkelijker af te wijzen, iets dat volgens haar systematisch gebeurt. Daarnaast spreekt Mijatovic zich uit tegen het gebruik van overmatig geweld door de politie tijdens gedwongen verhuizingen van vreemdelingen.

Zij roept de regering van de Hongaarse premier Viktor Orbán op om de afgekondigde "crisissituatie als gevolg van de massa-immigratie" in te trekken. Volgens Mijatovic komt dit door de Hongaarse regering geschetste beeld niet overeen met het aantal asielzoekers dat daadwerkelijk Hongarije of de Europese Unie binnenkomt.

Ook dringt ze er bij de Hongaarse regering op aan te stoppen met de anti-immigratieretoriek. Volgens Mijatovic voedt het anti-immigratiebeleid van de Hongaarse regering "xenofobie, angst en haat" onder de bevolking.

Hongarije verdedigt zich door delen van het rapport te betwisten, meldt de BBC. Orbán en zijn anti-immigratiepartij Fidesz hebben in het verleden vaker in de clinch gelegen met mensenrechtenorganisaties.

De Raad van Europa bestaat uit 47 landen en is niet gelieerd aan de Europese Unie.