Het aantal mensen dat op de vlucht is voor het geweld in de Libische hoofdstad Tripoli is opgelopen tot ruim 42.000. 345 mensen, onder wie 22 burgers, zijn inmiddels omgekomen in de strijd die een maand geleden weer oplaaide.

1.652 mensen raakten gewond, meldt vluchtelingenorganisatie UNHCR dinsdag.

Daarnaast zijn medicijnen, water en voedsel volgens de vluchtelingenorganisatie schaars in het conflictgebied. Ook is er regelmatig geen elektriciteit en zijn mensen bang om naar buiten te gaan.

Het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) waarschuwde afgelopen week voor een dreigende humanitaire ramp rond Tripoli. Volgens de organisatie zijn dichtbevolkte wijken in de Libische hoofdstad veranderd in slagvelden en wordt het steeds gevaarlijker om gewonden te helpen.

De slag om Tripoli begon ongeveer drie weken geleden. De machtige krijgsheer Khalifa Haftar gaf zijn militie, die hij het Libische Nationale Leger noemt, de opdracht op te rukken naar Tripoli om de stad in handen te krijgen. Hij wil naar eigen zeggen "extremisten verslaan die banden hebben met de terroristische organisatie Al Qaeda".

De gevestigde regering van premier Fayez Al Sarraj reageerde met luchtaanvallen op de opmars van Haftars troepen richting Tripoli. De strijd richt zich vooral op de woonwijken in het zuiden van de stad. Dat gebied wisselt regelmatig van eigenaar.

Internationale gemeenschap is verdeeld over conflict in Libië

De internationale gemeenschap is verdeeld over hoe met het conflict in Libië moet worden omgegaan. De VN steunt de internationaal erkende regering van Al Sarraj. Haftar wordt gesteund door Rusland, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten.

Eerder beschuldigde de regering van Al Sarraj Frankrijk ervan dat het land Haftar steunt. Als gevolg zegde Libië de samenwerking op het gebied van veiligheid met Parijs op. Frankrijk ontkende het bericht en zegt achter de internationaal erkende regering te staan.