PSOE, de sociaaldemocratische arbeiderspartij van de Spaanse premier Pedro Sánchez, heeft zondag een grote overwinning geboekt in de parlementsverkiezing. Ruim 90 procent van de stemmen is geteld en PSOE staat op 28,8 procent. Dat is goed voor 122 zetels in het Spaanse parlement.

De conservatieve partij PP van Pablo Casado, die Mariano Rajoy opvolgde, viel in de tussenstand terug van 137 naar 65 afgevaardigden (16,7 procent).

De centrumrechtse Ciudadanos (15,8) en de linkse Unidos Podemos (14,3) zijn de nummers drie en vier met respectievelijk 57 en 42 zetels.

De rechts-nationalistische nieuwkomer Vox (10,2 procent) komt zoals het ernaar uitziet met 24 gedelegeerden in het parlement. De opkomst was met ruim 75 procent opvallend hoog.

'Alleen samenwerking als de grondwet wordt gerespecteerd'

De winnende premier Sánchez heeft laten weten dat hij een pro-Europese regering wil vormen. Hij sluit vooralsnog geen enkele partij uit, maar "wil een regering die de grondwet respecteert en sociale rechtvaardigheid promoot".

Zowel het linkse als het rechtse blok heeft steun nodig van kleine partijen, onder wie de Catalaanse separatisten, om een meerderheidsregering te kunnen vormen. Waarschijnlijk zal Sánchez het eerst proberen met Unidos Podemos.

Een samenwerking tussen PSOE en Ciudadanos, dat zich regelmatig liberaal noemt maar meestal de rechterflank opzoekt, zou volgens de krant El País ook een optie zijn.

De partijleiders hebben in de aanloop naar de stembusgang, de derde in 3,5 jaar, gezegd die samenwerking niet te zien zitten.