De islamitische groeperingen National Thowheeth Jama'ath (NTJ) en Jamathei Milathu Ibrahim (JMI) zijn sinds zaterdag verboden in Sri Lanka, maakte de Sri Lankaanse president Maithripala Sirisena zaterdagmiddag bekend. De NTJ zou volgens veiligheidsfunctionarissen achter de aanslagen op Eerste Paasdag zitten.

Beide organisaties moeten alle activiteiten staken en de regering neemt alle bezittingen in beslag. De regering meldt ook maatregelen te zullen nemen tegen "andere salafistische en extremistische organisaties" in het land.

De Sri Lankaanse regering verwacht dat de NTJ, al dan niet in opdracht van Islamitische Staat (IS), achter de zelfmoordaanslagen zit. De rol van de JMI is nog onduidelijk.

Bij explosies in diverse kerken en hotels in het Zuid-Aziatische land op Paaszondag kwamen meer dan 250 mensen om het leven, onder wie 40 buitenlanders. Er kwamen drie Nederlanders om.

Deskundigen betwijfelen of NTJ achter aanslagen zit

Deskundigen vragen zich af of een splintergroep van de NTJ wel achter het bloedbad kan zitten. Zo duiden de coördinatie van de aanslagen en de kracht van de explosieven op expertise en een lange voorbereiding.

Zeker 76 mensen zijn al gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen. De politie in Sri Lanka zoekt nog naar 140 mensen die worden verdacht van contacten met IS.

Vijftien doden bij nieuwe explosie en schietpartij

Krap een week na de aanslagen is het nog altijd onrustig in het land. Zo vond er vrijdag een schietpartij plaats tussen Sri Lankaanse militairen en mogelijke aanslagplegers. Ook was er een explosie bij een huiszoeking. In totaal kwamen vijftien mensen om het leven, onder wie zes kinderen. Het is nog niet duidelijk hoeveel mensen van deze groep deel uitmaakten van de verdachte groeperingen.

De regering waarschuwde eerder deze week dat moslims beter niet naar de moskee kunnen gaan voor het vrijdaggebed. Inlichtingendiensten konden aanslagen met autobommen, als vergelding voor de aanslagen op drie kerken en drie hotels, niet uitsluiten.

Door het hele land zijn bijna tienduizend militairen gestationeerd om zoekacties uit te voeren en religieuze gebouwen te beschermen.

Daarnaast is het ook op politiek niveau onrustig. President Sirisena haalde stevig uit naar de regering van premier Ranil Wickremesinghe, omdat er bij een eerdere bijeenkomst met het ministerie van Defensie met geen woord was gerept over een concrete terroristische dreiging.

Indiase inlichtingendiensten hadden de Sri Lankaanse regering eind vorig jaar juist getipt over het bestaan van de groep die nu verantwoordelijk wordt gehouden. Met die informatie is niets gedaan. Inmiddels hebben de korpschef van de politie en de bij het gesprek aanwezige topambtenaar hun vertrek aangekondigd.

Minister-president Wickremesinghe zegt zelf dat hij er niet van op de hoogte was dat de Sri Lankaanse inlichtingendienst waarschuwingen had gekregen voorafgaand aan de aanslagen op Eerste Paasdag.