De door de Verenigde Staten geleide internationale coalitie heeft volgens Amnesty International bijna zestienhonderd burgers gedood tijdens luchtaanvallen op Raqqa in 2017. Jarenlang fungeerde de Syrische stad als de hoofdstad van het gebied dat Islamitische Staat in handen had.

Amnesty International en non-profitorganisatie Airwars kwamen donderdag met vermeende bewijzen voor de honderden burgerslachtoffers.

Volgens Amnesty waren veel luchtaanvallen en tienduizenden artillerieaanvallen willekeurig uitgevoerd door de coalitie, waar ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk aan deelnamen. "Het is dan ook geen verrassing dat ze vele honderden burgers verwondden en doodden", aldus de mensenrechtenorganisatie.

De organisaties roepen de coalitie op om "niet langer te ontkennen dat het offensief een schokkend aantal burgerslachtoffers tot gevolg heeft gehad en de stad verwoest heeft".

Onderzoek duurde twee jaar

Amnesty en Airwars deden naar eigen zeggen bijna twee jaar onderzoek naar het conflict. Onderzoekers van Amnesty zijn na de bevrijding van Raqqa vier keer langdurig in de stad geweest. Daarbij onderzochten zij meer dan tweehonderd locaties en spraken zij ruim vierhonderd ooggetuigen en overlevenden.

Ook lieten zij drieduizend vrijwilligers ruim twee miljoen satellietbeelden bekijken om verwoeste gebouwen in Raqqa te analyseren. Daarnaast verzamelden de onderzoekers duizenden berichten via sociale media en open data.

De namen van duizend slachtoffers wist Amnesty te achterhalen. Hiervan heeft de organisatie 641 namen kunnen verifiëren. De resultaten zijn gepubliceerd op de website Rhetoric versus Reality.

Coalitie naar eigen zeggen schuldig aan 318 burgerdoden

De coalitie beweert zelf verantwoordelijk te zijn voor 318 burgerdoden in Raqqa, zei een woordvoerder in een reactie op het rapport tegen CNN.

Hij spreekt van 69 "geloofwaardige beschuldigingen" van Amnesty aan het adres van de coalitie. 86 beschuldigingen waren volgens hem nieuw voor de coalitie en 43 beschuldigingen waren al bij de coalitie bekend of kwamen om uiteenlopende redenen niet overeen met de eigen cijfers.

Verder stelt de woordvoerder dat "elk mensenleven dat verloren is gegaan tragisch is, maar dat dit ook moest worden afgewogen tegen het risico dat IS was blijven doorgaan met terroristische activiteiten". Ook verklaarde hij dat "de coalitie alle denkbare maatregelen nam om het aantal burgerslachtoffers te minimaliseren".

IS ging gruwelijk te werk

IS kreeg Raqqa in 2014 in handen. De IS'ers gebruikten de stad als een belangrijk centrum voor zowel de militaire leiding als het bureaucratische stelsel van de organisatie.

Hoeveel burgerslachtoffers IS precies in Raqqa maakte, is onduidelijk. In februari vonden hulpverleners buiten de stad een groot massagraf met naar schatting 3.500 lijken. Daarvoor waren rond Raqqa al acht andere massagraven met in totaal 3.800 lichamen ontdekt.

De massagraven tonen aan hoe gruwelijk IS'ers te werk gingen in het destijds door hen uitgeroepen kalifaat.

Raqqa werd in 2017 na een beleg van ongeveer vier maanden door de SDF veroverd.