De 28 lidstaten van de Europese Unie hebben in 2018 een beschermde status toegekend aan 333.400 asielzoekers. Dat is een daling van bijna 40 procent ten opzichte van het jaar daarvoor, blijkt uit Europese cijfers die donderdag zijn gepubliceerd.

Een beschermde status kan bestaan uit erkenning als vluchteling uit een onveilig land, bescherming voor asielzoekers die uit een officieel veilig land komen, maar bij wie op individuele gronden zorgen over hun veiligheid bestaan bij terugkeer en toekenning van een status op andere humanitaire gronden.

Naast de nieuwe toekenningen, werden 24.800 asielzoekers herverdeeld over de lidstaten.

Het grootste deel van de asielzoekers is afkomstig uit Syrië (29 procent), gevolgd door Afghanistan (16 procent) en Irak (7 procent).

De meeste beschermde statussen werden toegekend in Duitsland (139.600, 40 procent van het totaal). Op de tweede en derde plek staan Italië (47.900) en Frankrijk (41.400). Nederland kende 4.795 asielzoekers een beschermde status toe en nam 1.225 asielzoekers op die zich hadden gemeld in andere EU-lidstaten.