De Sri Lankaanse regering heeft toegegeven dat de inlichtingendiensten van het land 'ernstig hebben gefaald' in aanloop naar de bomaanslagen op drie kerken en drie hotels op Eerste Paasdag. Daarbij kwamen 359 mensen om het leven en raakten meer dan vijfhonderd mensen gewond.

Het Sri Lankaanse parlement kreeg donderdag te horen dat een waarschuwing die de regering begin april ontving van de inlichtingendiensten van India onvoldoende navolging kreeg.

Dat gebeurde ondanks de volledigheid van de Indiase informatie, die onder meer namen, adressen en telefoonnummers van verdachten bevatte.

Daar kwam bovenop dat de Indiase diensten al maanden met Sri Lanka communiceerden over de terroristische beweging in kwestie.

Volgens de Sri Lankaanse veldmaarschalk en politicus Sarath Fonseka werden de aanslagen zeker zeven tot acht maanden voorbereid.

De Sri Lankaanse president Maithripala Sirisena liet woensdag weten dat hij de staatssecretaris van Defensie en de inspecteur-generaal van politie heeft gevraagd hun ontslag in te dienen. Sirisena is ook van plan het hoofd van de strijdkrachten te ontslaan.

Machtsworsteling binnen regering

Kenners van de Sri Lankaanse politiek wijten de slechte communicatie binnen de regering aan een machtsworsteling die vorig jaar leidde tot een politieke crisis.

Sisirena ontsloeg premier Ranil Wickremesinghe abrupt, omdat die een moordaanslag op hem zou plannen. De president stelde als diens vervanger Mahinda Rajapaksa aan, een oud-president die wordt beschuldigd van ernstige mensenrechtenschendingen tijdens zijn regime, dat van 2005 tot 2015 duurde.

Wickremesinghe vocht dat besluit aan en kreeg gelijk van het hooggerechtshof. Hij keerde terug als premier. De kampen rond de eerste minister en de president zouden nog steeds op voet van oorlog verkeren.

Situatie in Sri Lanka nog steeds gespannen

De Sri Lankaanse autoriteiten en bevolking zijn gespitst op mogelijk nieuwe aanslagen. Dat leidt vooralsnog vooral tot veel gevallen van vals alarm. Het gebouw van de Sri Lankaanse Centrale Bank en een toegangsweg naar het internationale vliegveld in de hoofdstad Colombo werden donderdag afgesloten na meldingen van verdachte situaties.

Uit de kuststad Negombo, waar een van de getroffen kerken staat, komen berichten dat honderden moslims zichzelf in veiligheid hebben gebracht. Zij zouden door de andere inwoners, boeddhisten en christenen, verantwoordelijk worden gehouden voor de aanslagen. Enkele woningen van moslims zouden zijn aangevallen.

Aanslagplegers kwamen uit extremistische splintergroep

De aanslagen werden volgens de autoriteiten gepleegd door een splintergroep van een extremistische islamitische groepering die vorig jaar in de bekendheid kwam door de vernieling van Boeddhabeelden.

De splintergroep zou worden geleid door predikant Mohamed Zahran. De Sri Lankaanse autoriteiten nemen aan dat Zahran zichzelf opblies bij een van de katholieke kerken die tijdens de aanslagen werden getroffen, maar hebben dat nog niet kunnen bevestigen.

Acht van de negen aanslagplegers zijn inmiddels geïdentificeerd. Zij waren allen Sri Lankanen en kwamen voornamelijk uit rijke milieus of uit de middenklasse.

De Sri Lankaanse politie heeft inmiddels zeker 76 mensen gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen.

Mogelijke betrokkenheid IS onderzocht

Deskundigen achten het onwaarschijnlijk dat een kleine en obscure groepering zoals die van Zahran de aanslagen zonder hulp van buitenaf heeft kunnen plegen. De mate waarin de aanslagen werden gecoördineerd en de kracht van de gebruikte explosieven duiden op een maandenlange voorbereiding en een hoog vereiste aan expertise.

De aanslagen op Eerste Paasdag zijn opgeëist door Islamitische Staat (IS). De terroristische groepering plaatste een video waarin Zahran en zeven gemaskerde personen trouw zweren aan IS. Ook blijkt uit inlichtingenrapporten dat Zahran verschillende keren contact had met bekende IS-activisten.

Sri Lanka onderzoekt in samenwerking met internationale partners zoals de Amerikaanse FBI hoe ver de betrokkenheid van IS ging.