De brand in de kerk in Hoogmade bewijst wederom hoe kwetsbaar historische gebouwen kunnen zijn. Hoe zijn Nederlandse monumenten eigenlijk beschermd tegen gevaren als vuur? En is het wel mogelijk om dit soort incidenten te voorkomen?

"Bij dit soort monumentale panden is het risico op brand eigenlijk altijd wel aanwezig", zegt Björn Peters, adviseur brandveiligheid monumenten bij DGMR en gastdocent aan de TU Delft.

Hij hield onder meer toezicht op de brandveiligheid van het Rijksmuseum tijdens de grote recente restauratie. "Zeker in de kap van dit soort middeleeuwse gebouwen is veel droog hout aanwezig. Als dat vlam vat, en het even duurt voordat het vuur wordt ontdekt, dan grijpt het vuur heel snel om zich heen. De brandweer staat op zulke momenten vrij machteloos - zoals je eerder dit jaar ook bij de Notre-Dame in Parijs zag."

Het voorkomen van dit soort branden is vooral mogelijk door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, ook in Nederland. "Het gaat vaak om kleine zaken die grote gevolgen kunnen hebben als je er niet op let", vertelt Peters.

"Zorg ervoor dat de kapconstructie schoon blijft. Als er veel stof ligt, is de omgeving bevattelijker voor een vonkje. Of zorg ervoor dat de elektrische installaties goed onderhouden zijn."

'Elektrische bedrading soms van katoen of was'

Walter de Koning van de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) beaamt dat droog hout en bedrading grote risicofactoren zijn voor bijvoorbeeld oude kerken. "Zeker oude elektrische bedrading in klokkentorens is lang niet zo veilig en duurzaam als het plastic waar het tegenwoordig van gemaakt is", legt hij uit.

"Vroeger werden ze van katoen of was gemaakt. Dat vergaat, en als je er niet naar omkijkt, dan liggen draden op een gegeven moment tegen elkaar." Eenzelfde risico vormt het gedroogde zeewier dat vroeger vaak voor isolatie werd gebruikt. "Dat is erg brandgevaarlijk", beklemtoont de expert. "Te weinig onderhoud is dan vragen om moeilijkheden of kortsluiting."

Natuurlijk is het wel mogelijk om bijvoorbeeld sprinklerinstallaties aan te leggen in de nok van een oud gebouw, beaamt branddeskundige Peters van de TU Delft. Dat is ook twintig jaar geleden gebeurd in veel gebouwen die onder toezicht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staan.

Omstander filmt moment van instorten kerktoren in Hoogmade
55
Omstander filmt moment van instorten kerktoren in Hoogmade

Er is geen systeem dat alle risico's kan ondervangen

"Maar daarmee ondervang je nooit alle problemen die zich kunnen voordoen", benadrukt hij. "Stel dat het hout van buiten vlam vat door een blikseminslag, dan heb je niets aan sprinklers die naar beneden gericht staan. Die donderen dan gewoon naar beneden als het dak in brand staat."

Ook de esthetiek van een oud gebouw kan een reden zijn om niet te veel verregaande veiligheidsmaatregelen te treffen. "Je gaat - los van de kosten - niet de hele constructie inpakken met blussystemen."

In Nederland zijn historische panden als er brand dreigt vooral afhankelijk van de omstandigheden en de krachtdadigheid van de beheerder. "In de meeste kerken is niet 24 uur per dag iemand aanwezig", verduidelijkt Peters. "Als er al branddetectie is, dan gaat die melding meestal naar een centrale die dan moet bellen met de beheerder. Maar zeker in de nacht duurt het wel een half uur voordat er daadwerkelijk een brandweerauto staat. In die periode is vaak al veel onherstelbare schade aangericht."

De wet geeft geen heldere definitie van 'bescherming'

In de wet staat omschreven dat de eigenaar van een monument de taak heeft om het monument te beschermen, ook tegen brand. Maar details over de invulling van deze taak geeft de wet niet. Verder gelden dezelfde regels als voor andere panden. "Goed onderhoud van een oud gebouw kost geld", stelt de TU-wetenschapper.

"Zowel kerkgenootschappen als musea hebben een beperkt budget: dan is het een kwestie van harde prioriteiten stellen. Als met hetzelfde bedrag ook een investering kan worden gedaan waarmee je gegarandeerd veel aandacht genereert, zoals een nieuw topstuk, dan is de keuze vrij snel gemaakt."

Nederlandse kerkbranden zoals in Amstelveen en Oisterwijk begonnen in de klokkentorens. "Goed onderhoud en restauratie is heel materiaal- en tijdsintensief", meent De Koning. "Je moet het eigenlijk goed bijhouden: zeker elk jaar moeten dat soort gebouwen goed worden nagekeken. Maar dat schiet er snel bij in. Financieel is onderhoud vaak een sluitpost. En het is ook logistiek vaak heel veel werk om de bedrading daar hoog boven in de toren, in al die kleine hoekjes, elk jaar te gaan controleren."

Vlammen slaan uit kerk in Amstelveen
51
Vlammen slaan uit kerk in Amstelveen

De meeste brandjes hebben nauwelijks gevolgen

Volgens recente statistieken van de overheid breekt in Nederland driemaal per twee jaar brand uit in een van de 60.000 rijksmonumenten. Vaak gaat het overigens om een klein brandje dat tijdig wordt ontdekt en nauwelijks gevolgen heeft.

Te weinig mensen staan er volgens middeleeuwenexpert Sanne Frequin van de UvA bij stil dat dit soort gebouwen nooit meer te vervangen zijn. "Pas als ze dreigen echt te verdwijnen, merk je hoe waardevol iedereen ze eigenlijk vindt. Het beeld van al die huilende mensen op straat in Parijs was indrukwekkend."

Frequin erkent dat het lastig is om de emotionele waarde van dit soort monumenten te duiden. "Zo'n gebouw is een unieke lappendeken die door de eeuwen heen is ontstaan en symbool staat voor herinneringen, mensen en gebeurtenissen", legt ze uit.