De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vreest voor een uitbraak van besmettelijke ziekten in Libië, met name in Tripoli. In het zuiden van de hoofdstad is een gewelddadige strijd gaande.

De gevechten tussen troepen van de Libische bevelhebber Khalifa Haftar en de internationaal erkende regering hebben inmiddels 75 levens opgeëist. Ook zijn er 323 gewonden gevallen.

Ziekenhuizen in Tripoli hebben medicijnen en andere hulpgoederen ontvangen van de WHO. Deze organisatie meldt dat er genoeg noodhulp is voor zo'n twee weken, terwijl de problemen in het gebied groter lijken te worden.

Volgens de Verenigde Naties zijn 9.500 mensen door de gevechten ontheemd geraakt. 3.500 van hen verlieten in de afgelopen 24 uur hun woningen, aldus de VN vrijdagochtend. 90 procent van de groep die om evacuatie had gevraagd kon niet verplaatst worden naar een relatief veilige plek.

Het rampenplan van de WHO gaat uit van duizenden ontheemden in deze fase van de strijd. "Niet honderdduizenden", benadrukt WHO-afgezant Syed Jaffar Hussain.

Volgens de arts zijn vooral bij de ontheemden de sanitaire voorzieningen slecht, waardoor tuberculose, mazelen en andere besmettelijke ziekten makkelijk kunnen opduiken.

Troepen willen regering verdrijven

De Europese Unie heeft de troepen van Haftar donderdag opgeroepen de strijd te staken, maar zij hebben daar geen gehoor aan gegeven. Deze Libiërs willen de regering van premier Fayez Al Sarraj verdrijven.

Sinds de dood van de dictator Moammar Kaddafi in 2011 is in Libië sprake van grote verdeeldheid onder de bevolking. Haftar zegt islamitisch extremisme te bestrijden, maar volgens tegenstanders streeft de commandant een dictatuur na.

Haftar was ooit legerchef onder Kaddafi. In 1969 hielp hij de dictator bij de uitvoering van een staatsgreep.