De Italiaanse ex-terrorist Cesare Battisti (64) heeft voor het eerst opgebiecht dat hij moorden pleegde in de jaren zeventig. Ook bood hij nabestaanden van de slachtoffers excuses aan, maakten aanklagers maandag bekend.

Battisti was bij verstek veroordeeld tot levenslang voor zijn betrokkenheid bij de dood van vier mensen. Italië kreeg de voormalig communistische guerrilla pas na bijna veertig jaar weer in handen.

Hij vluchtte in 1981 naar Frankrijk en later naar Brazilië. Battisti belandde uiteindelijk in Bolivia, waar de autoriteiten hem dit jaar uitleverden.

"Hij genoot tientallen jaren lang bescherming in het buitenland omdat hij het imago had van een onschuldig slachtoffer van politieke vervolging", zei de Milanese aanklager Alberto Nobili. "Hij heeft nu besloten alles op te biechten." Battisti zou tijdens zijn verhoor hebben verklaard dat hij destijds meende een "rechtvaardige strijd" te voeren.

De advocaat van Battisti bevestigde dat zijn cliënt een bekentenis heeft afgelegd. "Mijn cliënt besloot op te helderen wie hij was als twintiger, en wat voor iemand hij nu is."