Een volksjury heeft donderdag de hoofdverdachte van de aanslag op het Joods Museum in Brussel in 2014 schuldig bevonden aan een terroristische daad. De 33-jarige Fransman Mehdi Nemmouche is volgens de twaalf juryleden de man die vier mensen heeft doodgeschoten. De strafmaat volgt later.

De rechtszaak diende de afgelopen acht weken voor het assisenhof in het Brusselse Justitiepaleis. Het Belgische Openbaar Ministerie presenteerde een lange reeks bewijzen om aan te tonen dat Nemmouche zich voorbereidde op een bloedbad. Er werden meer dan honderd getuigen gehoord.

De verdediging van Nemmouche zag geen overtuigend bewijsmateriaal en vroeg om vrijspraak. Er werd gezinspeeld op een rol van de Libanese en Iraanse veiligheidsdiensten.

De aanslag op 24 mei 2014 eiste vier levens; twee Israëlische toeristen en twee museummedewerkers werden doodgeschoten.

Nemmouche werd een week later opgepakt in Marseille met de gebruikte wapens en een IS-vlag. Hij heeft betrokkenheid erkend, maar beweert niet te hebben geschoten. Hij was naar eigen zeggen in de val gelokt.

Tweede verdachte schuldig als mededader

De wapens, een kalasjnikov en een mitrailleur, werden volgens het OM geleverd door Nacer Bendrer (30), die Nemmouche leerde kennen in een Franse gevangenis. Deze Fransman wordt door het OM beschouwd als medeplichtige, maar niet als mededader.

De jury acht Bendrer echter schuldig als mededader van de viervoudige moord in een terroristische context. Ook hij kan daardoor levenslang krijgen.

De rechters beraden zich vanaf vrijdag over de strafmaat.