Vier voormalige Britse militairen worden mogelijk alsnog aangeklaagd voor hun rol tijdens Bloody Sunday, de dag in 1972 waarop veertien ongewapende mannen en jongens in de Noord-Ierse stad Londonderry werden doodgeschoten door Britse troepen.

Nog eens veertien anderen raakten gewond toen de militairen het vuur openden op een vreedzame demonstratie.

Aanklagers in Noord-Ierland ontmoeten op 14 maart de nabestaanden van de slachtoffers, waarna ze aankondigen of de veteranen worden vervolgd, meldt de krant The Telegraph. De aankondiging volgt op een politie- en justitieonderzoek dat zeven jaar heeft geduurd.

Wat de beslissing ook is, verwacht wordt dat de reacties fel zullen zijn. De nabestaanden zullen ernstig teleurgesteld zijn als de veteranen niet worden aangeklaagd, terwijl het vooruitzicht van bejaarde mannen in de beklaagdenbank eveneens tot protesten zal leiden.

Vier militairen maken serieus kans te worden aangeklaagd

Het onderzoek richtte zich op achttien militairen, van wie één onlangs is overleden. De overige zeventien kunnen worden aangeklaagd voor moord, poging tot moord, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en meineed. Bronnen zeiden tegen de krant dat vier van hen de meeste kans lopen te worden aangeklaagd.

Een van de veteranen reageerde schijnbaar laconiek: "Ik ben eind zeventig, ik zit in de wachtkamer van God. Ze kunnen me gevangen zetten, dan heb ik tenminste een bed en medische zorg."

Het justitieonderzoek volgde op een twaalfjarig politiek onderzoek, waarbij in 2010 werd geconstateerd dat de paratroepers de controle hadden verloren, waardoor de doden vielen.