De zelfbenoemde interim-president van Venezuela heeft tijdens zijn bezoek aan Brazilië gezegd dat hij maandag zal terugkeren naar zijn thuisland, hoewel hij een reisverbod heeft geschonden en daardoor gevangenschap riskeert.

Interim-president Juan Guaidó, die onder meer is erkend door de Verenigde Staten en een groot deel van de Lima-groep, had in Brazilië een ontmoeting met de Braziliaanse president Jair Bolsonaro.

Guaidó herhaalde na het gesprek met Bolsonaro zijn wens voor economische sancties tegen Maduro en zijn regime. "Dan wordt niet alles in Venezuela gestolen", verklaarde hij.

Guaidó heeft zichzelf uitgeroepen tot interim-president, omdat hij nieuwe verkiezingen wil uitschrijven. Venezuela verkeert in een grote economische en humanitaire crisis, waardoor zo'n 3,4 miljoen mensen het land zijn ontvlucht.

Hooggerechtshof heeft Guaidó reisverbod opgelegd

Het hooggerechtshof van Venezuela heeft de interim-president eind januari verboden om Venezuela te verlaten, omdat er een onderzoek naar hem loopt.

De politicus was vrijdag in Colombia voor een benefietconcert en ging daarna door naar Brazilië. Hij reist vrijdag naar Paraguay om ook de banden met dit land te versterken.

Guaidó vertelde donderdag dat hij en zijn familie dreigementen hebben ontvangen. Zo werd onder meer met gevangenschap gedreigd. Meer informatie hierover maakte hij niet bekend.

Levering van hulpgoederen blijft problematisch

Diverse landen en hulporganisaties proberen in overleg met Guaidó's regering noodhulp te leveren, maar dit wordt tegengehouden door Maduro, die meerdere grenzen heeft gesloten.

Afgelopen weekend resulteerde een poging tot het leveren van goederen in geweld tussen burgers en militairen. Er vielen 25 gewonden. Een van hen overleed woensdag in het ziekenhuis.

Rusland en China hebben donderdag in de VN-Veiligheidsraad gebruikgemaakt van hun vetorecht om een Amerikaanse resolutie te blokkeren. De afgevaardigde van Zuid-Afrika stemde ook tegen.

In de resolutie werden een "vrije, rechtvaardige en geloofwaardige" presidentsverkiezing in Venezuela geëist en een onbelemmerde levering van humanitaire hulpgoederen.

Negen landen steunden het voorstel, waaronder Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Indonesië, Equatoriaal-Guinea en Ivoorkust onthielden zich van stemming. Rusland, China en Zuid-Afrika waren tegen.

De poging van Rusland om de leden van de raad te winnen voor een alternatief plan mislukte eveneens. In de motie werd aangedrongen op een politieke oplossing in Venezuela. Daarnaast zou de coördinatie van de internationale hulp primair bij de regering-Maduro moeten liggen. Slechts vier vertegenwoordigers waren voorstanders van deze motie.