De Verenigde Staten heeft maandag nieuwe sancties opgelegd aan de Venezolaanse regering. Ook riep het land de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op om de crisis in het Zuid-Amerikaanse land te bespreken.

De Amerikaanse sancties zijn opgelegd aan vier Venezolaanse gouverneurs die banden hebben met de regering van president Nicolás Maduro. Vicepresident van de VS Mike Pence kondigde de maatregelen aan tijdens zijn ontmoeting met oppositieleider Juan Guaidó. De twee waren op een bijeenkomst van de Lima-groep.

Ook riep Pence andere landen op om sancties op te leggen aan het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA. Daarnaast beloofde hij de buurlanden van Venezuela 56 miljoen dollar (49 miljoen euro), als financiële steun voor het opvangen van vluchtelingen.

De Amerikaanse vicepresident zei ook dat de Verenigde Staten de komende dagen met nog zwaardere sancties tegen het "corrupte regime van Venezuela" zullen komen. "We zullen al het geld dat zij hebben gestolen teruggeven aan Venezuela", zei Pence.

Pence benadrukte bovendien dat "alle opties op tafel liggen" om de crisis in Venezuela op te lossen. De Amerikaanse president Donald Trump zei eerder al dat militair ingrijpen een van die opties is.

Gewelddadige confrontaties bij Venezolaanse grenzen

Afgelopen weekend probeerde de Venezolaanse oppositie hulpgoederen via Brazilië en Colombia het land binnen te krijgen. De mislukte poging leidde tot veldslagen met de ordetroepen van Maduro. De president weigert hulpgoederen binnen te laten en sloot eerder al de grenzen.

Vrijdag vielen er twee doden en raakten meerdere mensen gewond toen Venezolaanse veiligheidstroepen het vuur openden op burgers aan de grens met Brazilië.

De Europese Unie meldde eerder dat zij militair ingrijpen in Venezuela uitsluit. Federica Mogherini, hoog vertegenwoordiger voor het buitenland- en defensiebeleid van de Europese Unie, zei dat dit geen optie is.