De Taliban-leider moellah Omar verbleef jarenlang in de Afghaanse provincie Zabul en woonde lange tijd zelfs dicht bij een Amerikaanse militaire basis in die regio. Dat staat in het nieuwe boek van journalist Bette Dam, schrijft de Volkskrant donderdag.

Dam sprak voor haar boek Op zoek naar de vijand met ongeveer honderd mensen over Omar. Een belangrijke bron was de helper van de moellah, Omari.

Omari zegt in het boek dat moellah Omar altijd in Afghanistan is blijven wonen. De Amerikanen dachten dat hij naar Pakistan was gevlucht, net als Osama Bin Laden. Er stond een prijs van 10 miljoen dollar (zo'n 8,8 miljoen euro) op de gouden tip die naar Omar zou leiden.

De moellah, een belangrijke islamitische geestelijke, is volgens zijn helper lange tijd in de provinciehoofdstad Qalat blijven wonen. Daarna verhuisde hij naar een klein dorp in dezelfde provincie.

Omar twee keer ternauwernood ontsnapt aan Amerikanen

Volgens Omari zijn de Amerikanen twee keer heel dicht bij de moellah gekomen. In beide huizen waar hij zou hebben gewoond, werd een inval gedaan. De eerste keer verstopte moellah Omar zich onder een berg takken, de tweede keer hadden de soldaten niet door dat er nog een kamer was.

De Taliban-leider kon volgens Dam overleven doordat hij maar met drie mensen contact had. Zijn vrouwen en kinderen heeft hij sinds 2001 niet meer gesproken. Omar overleed in 2013 aan tuberculose.

Dam was van 2006 tot 2012 correspondent in Afghanistan, voor onder meer NRC. Ze schreef eerder al een boek over de voormalige Afghaanse president Hamid Karzai. Dam heeft vijf jaar onderzoek gedaan voor haar nieuwe boek boek, Op zoek naar de vijand.