Topambtenaren binnen de regering van Donald Trump hebben serieus gesproken over de mogelijkheid om de Amerikaanse president enkele maanden na zijn inauguratie af te zetten. Dat zegt de voormalige interim-directeur van de FBI, Andrew McCabe.

Op het ministerie van Justitie vonden meerdere vergaderingen plaats waarin werd besproken of Trump kon worden afgezet. Dat gebeurde nadat de president de toenmalige FBI-directeur James Comey had ontslagen in mei 2017. Acht dagen later werd speciaal aanklager Robert Mueller aangesteld, wat het einde van de vergaderingen betekende.

Dat stelt McCabe in een interview met CBS 60 Minutes. Het volledige interview wordt zondag uitgezonden.

Zo heeft de kortstondige FBI-directeur gezegd dat de ambtenaren de mogelijkheid bekeken om Trump op basis van het 25e amendement af te zetten. In dat geval kunnen de vicepresident en de meerderheid van het kabinet de macht van de president ontnemen, mochten zij tot de conclusie komen dat de president niet geschikt is om zijn taken uit te voeren.

"Op het hoogste niveau van de wetshandhaving werd gesproken over hoe om te gaan met de president", vertelt journalist Scott Pelley. "Ze telden koppen. Ze vroegen kabinetsleden niet wie voor of tegen zou stemmen, maar probeerden in te schatten wie de maatregel zou steunen en wie niet."

Onderminister wilde afluisteren

McCabe is de eerste betrokkene die het bestaan van deze gesprekken publiekelijk bevestigt. Eerder maakte The New York Times al melding van de vergaderingen op basis van anonieme bronnen. Daarbij werd ook gesteld dat onderminister Rod Rosenstein had voorgesteld om afluisterapparatuur te dragen tijdens gesprekken met Trump. Volgens McCabe kwam die mogelijkheid meerdere keren ter sprake.

Trump stelt in een reactie op Twitter dat McCabe onderdeel van de "Rusland-hoax" en een schande voor de FBI en het land is. McCabe werd uiteindelijk twee dagen voor zijn pensioen ontslagen.