Reddingswerkers zijn dicht bij de locatie in de put waar de Spaanse peuter Julen zou zitten. Nog 55 centimeter scheidt de werkers van de put. Een vierde explosie is nodig om verder te graven.

De reddingsploegen zitten in een horizontale galerij op 70 meter diepte, de diepte waar Julen al twaalf dagen zou zitten. Daar graven ze, afwisselend in groepen van twee, met handgereedschap een weg naar de Spaanse peuter. 

Toen ze op 65 centimeter kwamen hebben brandweerlieden een gat geboord waar een microcamera doorheen kan. Dat doen ze om te controleren of Julen zich ook daadwerkelijk in de put bevindt. 

De reddingswerkers stuitten op 55 centimeter van de put weer op graniet waar niet met de hand doorheen viel te komen. Voor de vierde maal is een explosie noodzakelijk om verder te komen. Experts worden ingezet om een geschikte plek te vinden voor het nieuwe explosief.

Laatste explosie moet uiterst nauwkeurig zijn 

Het mijnwerkersteam gebruikt zogeheten 'microvoladuras'. Dat zijn mini-explosieven waarmee gericht een stuk rots kapot gemaakt kan worden. Daarvoor zijn deskundigen opgeroepen die het team hebben versterkt. Voor elk noodzakelijke 'microvoladura' (vier tot nu toe in totaal) loopt de vertraging in de operatie op met twee uur.     

"De vierde 'microvoladura' is binnen een meter van waar Julen zou zitten. Daardoor moeten we uiterst zorgvuldig te werk gaan", aldus het hoofd van de reddingsoperatie. 

Sinds donderdag 17.33 uur zijn de mijnwerkers begonnen met het uitgraven van de vier meter lange horizontale gang naar de Spaanse peuter. Toen ze op 1,80 meter van het harde gesteente waren gestuit moesten ze het handwerk tijdelijk staken. En zijn er explosieven ingezet. Na het laten ontploffen van drie ladingen konden ze weer verder graven. 

De reddingsactie werd de vader van Julen te veel. Volgens Spaanse media kreeg de man vrijdagavond een paniekaanval. Nadat een dokter bij hem kwam, ging het naar omstandigheden weer redelijk goed met de man.

'Reddingsteam voelt de druk van de media'

De Guardia Civil, de Spaanse nationale politie, werkt samen met reddingswerkers die gespecialiseerd zijn in mijngebieden. Ook zijn er Zweedse experts ingeschakeld die in 2010 betrokken waren bij de redding van 33 mijnwerkers die 69 dagen vastzaten in een Chileense mijn. 

"De reddingswerkers voelen zich een beetje overweldigd door alle media-aandacht", zegt een woordvoerder van tegen de in groten getale verzamelde pers. "Ze werken graag in rust en voelen de druk. Aan de andere kant begrijpen ze dat heel Spanje meeleeft en dat het belangrijk is dat jullie daarover communiceren en het volk een teken van hoop geven."  

De tweejarige jongen zit sinds zondag 13 januari vast in een 110 meter diepe put bij de Zuid-Spaanse plaats Totalán. Het gat waar hij in is gevallen, is erg smal. Daardoor moesten reddingswerkers een verticale tunnel evenwijdig aan de put graven.

Persconferentie in een geïmproviseerde tent bij de put. (Foto: AFP)

Smalle put maakt reddingsoperatie erg complex

Dat graven ging bij vlagen erg moeizaam, omdat er in de omgeving veel hard gesteente is. Daar moet omheen worden geboord. Op hetzelfde type gesteente stuitte de mijnwerkers ook in de horizontale gang. 

Een team van 26 mensen is bezig met de zoektocht naar de peuter. 

Of de peuter nog leeft, is niet bekend. Kort na zijn val zouden zijn ouders gehuil hebben gehoord, maar daarna is er geen teken van leven meer van de jongen vernomen.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!