Mijnwerkers in Spanje gaan dinsdag onvermoeid verder met het graven van de horizontale gang naar de locatie waar de tweejarige Julen Jiménez zich mogelijk bevindt. De hulpverleners zijn op moeilijkheden gestuit, waardoor de reddingsactie mogelijk weer vertraging oploopt.

Het is dinsdag negen dagen geleden dat de peuter tijdens het spelen in de Spaanse plaats Totalán in een smalle put van 110 meter diep viel.

Het reddingsteam heeft een verticale gang naar beneden gegraven tot de hoogte waar de peuter waarschijnlijk vastzit. Vanaf hier moet een horizontale gang van ongeveer 4 meter worden gegraven naar de jongen. Dit gaat erg traag, omdat slechts twee mijnwerkers tegelijkertijd kunnen graven en omdat de grond erg hard is.

Volgens Spaanse media zijn de reddingswerkers, die maandag nog dachten dat ze dinsdag de jongen zouden bereiken, weer op moeilijkheden gestuit. Zo zou onder meer de gegraven gang op ongeveer 40 meter diepte niet breed genoeg zijn om doorheen te komen. 

Het is niet bekend of dit tot grote vertraging zal leiden, meldt onder meer Diario Sur

Peuter moet in 'metalen kooi' naar boven worden gehesen

Zodra de mijnwerkers de jongen bereiken, zal hij met een soort cabine die op een kooi lijkt naar boven worden gehesen. 

De reddingsactie werd eerder al vertraagd door aardverschuivingen. Ook bestond er vorige week twijfel of de peuter wel in het gat zat. Deze twijfel werd volgens de autoriteiten weggenomen nadat een DNA-test aantoonde dat er haren van het kind waren gevonden in het gat.

Het is niet bekend of de jongen nog leeft. Naar het ongeval is een verkennend onderzoek gestart door justitie in Spanje.