Het dodental door de aardbeving en tsunami die het Indonesische eiland Sulawesi vorige week hebben getroffen, is opgelopen naar 1.944. De Indonesische autoriteiten denken dat de telling nog bijna drie keer hoger kan uitvallen.

Nog zo'n vijfduizend mensen zijn vermist. De meesten van hen zijn inwoners van Balaroa en Petobo, de twee delen van de stad Palu die het zwaarst werden getroffen.

Door de aardbeving werd de bovenste laag grond in de stadsdelen vloeibaar, waardoor hele huizen door de modder werden opgeslokt. 

Het is inmiddels tien dagen geleden dat het natuurgeweld Sulawesi trof. Reddingswerkzaamheden zijn nog in volle gang, hoewel de hulpdiensten weinig hoop hebben dat er nog overlevenden zullen worden gevonden.

"Het zou een wonder zijn als we nog iemand in leven vinden", zei Muhammad Syaugi, directeur van het Nationale Zoek- en Reddingsteam zondag.

Vanaf aanstaande donderdag zal officieel worden aangenomen dat de vermisten zijn omgekomen.

Honderdduizenden mensen hebben noodhulp nodig

Zo'n 200.000 inwoners van Sulawesi hebben in de nasleep van de aardbeving en tsunami behoefte aan noodhulp. Verschillende landen, zoals Nederland, hebben miljoenen toegezegd en hulpgoederen verzonden. Maar er is ter plekke nog steeds gebrek aan voedsel en schoon drinkwater.

Giro 555 organiseert woensdag een nationale actiedag voor Sulawesi bij Beeld en Geluid in Hilversum.