Veel mensen rond het epicentrum van de aardbeving op het Indonesische eiland Sulawesi stonden buiten op het moment van de ramp. Ze waren hun huis drie uur eerder ontvlucht vanwege een kleinere aardbeving.

Dat blijkt nu reddingswerkers ook de afgelegen dorpen hebben bereikt.

De inwoners van dorpen ten noorden van Palu werden opgeschrikt door een lichte aardbeving. Dit gebeurde drie uur voor de grote aardbeving en de daaropvolgende tsunami waardoor duizenden mensen zijn omgekomen.

Reddingswerkers zijn begonnen met het bergen van de lichamen. Dat is geen makkelijke klus, omdat veel gebouwen zijn ingestort en er veel aardverschuivingen hebben plaatsgevonden. Hierdoor liggen honderden lichamen begraven onder de modder.

Het officiële dodenaantal staat nu op 1.649, maar dit zal naar verwachting verder oplopen.

Lichamen bergen duurt mogelijk nog maanden

Het bergen van de lichamen kan nog wel vier à vijf maanden in beslag nemen, zegt de Franse reddingswerker Arnaud Allibert tegen persbureau Reuters. Er worden graafmachines ingezet. Die moeten zorgvuldig te werk gaan, omdat er nog veel lichamen onder de grond liggen.

Indonesië is van oudsher terughoudend met het accepteren van hulp uit het buitenland. Dit was eerder dit jaar ook het geval na de aardbevingen in Lombok. 

Allibert zei dat het het lastig was om vergunningen te krijgen voor Sulawesi. Duitse reddingwerkers moesten eveneens drie dagen wachten voordat ze toestemming kregen om een waterinstallie te installeren in Palu.