De Colombiaanse gemeente Medellín sluit het museum dat gewijd is aan haar beruchtste inwoner, Pablo Escobar (1949-1993). Het museum werd gerund door Escobars broer Roberto, die het zonder officiële vergunning heeft opgezet.

Escobar was een meedogenloze drugsbaron die op het hoogtepunt van zijn macht meer dan drie kwart van de cocaïnehandel en -smokkel in de wereld in handen had. Hij was stichter en de leider van de bende die het Medellínkartel werd genoemd.

In het museum lagen persoonlijke bezittingen van de drugsbaron. Roberto Escobar moet nu omgerekend een boete van 10.000 euro betalen vanwege zijn illegale museum.

Pablo Escobar wordt verantwoordelijk gehouden voor vele duizenden moorden en aanslagen, niet alleen op rivalen in de misdaad of mensen die zich niet lieten omkopen, maar ook op journalisten, rechters, politiemensen, ambtenaren en anderen. Hij werd in 1993 door de politie gedood in een huis in Medellín waar hij zich schuilhield.

Escobar woonde een groot deel van zijn leven op het landgoed Hacienda Nápoles, 100 kilometer ten zuidoosten van Medellín. Dat is inmiddels een toeristische trekpleister met onder meer een themapark.