Aung San Suu Kyi, de politiek leider van Myanmar, heeft donderdag toegegeven dat haar regering de Rohingya-vluchtelingen meer had moeten helpen

Honderduizenden Rohingya, een islamitische minderheid in Myanmar, werden vorig jaar door het leger uit de provincie Rakhine verdreven nadat enkele Rohingya politiebureaus en een legerbasis waren aangevallen. Velen vluchtten naar het buurland Bangladesh.

Suu Kyi kreeg zware kritiek na die aanval, die als een poging tot etnisch zuiveren werd gezien. De hulp voor de Rohingya-vluchtelingen kwam pas laat op gang en hun terugkeer naar Myanmar werd steeds bemoeilijkt.

"Achteraf gezien had deze situatie beter afgehandeld kunnen worden", aldus Suu Kyi tijdens een economische bijeenkomst in de Vietnamese hoofdstad Hanoi.

"Wij geloven echter dat voor vrede en stabiliteit iedereen eerlijk behandeld moet worden. We kunnen niet kiezen wie er door de wet beschermd wordt, dat geldt voor iedereen."

'Reuters-journalisten kunnen in beroep gaan'

Suu Kyi zei ook dat de twee Reuters-journalisten Wa Lone en Kyaw Soe Oo, die tot zeven jaar celstraf zijn veroordeeld wegens het overtreden van een wet op staatsgeheimen, de mogelijkheid hebben om in beroep te gaan. Volgens de regeringsleider had de veroordeling niets met vrijheid van meningsuiting te maken.

"Ik vraag me af of veel mensen daadwerkelijk de uitspraak hebben gelezen", zei ze in Hanoi. "Die had te maken met de wet op staatsgeheimen. Als we in de rechtstaat geloven, dan hebben zij alle recht om in beroep te gaan en aan te geven waarom de uitspraak verkeerd is."

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!