Lidstaten van de Europese Unie (EU) moeten uiterlijk in maart volgend jaar aan Brussel laten weten of ze willen overschakelen op permanente zomer- of wintertijd. De Europese Commissie gaat een einde maken aan het halfjaarlijkse verzetten van de klok, zei voorzitter Jean-Claude Juncker in zijn jaarlijkse beleidstoespraak.

De EU-landen moeten wel eerst hun fiat geven aan het beoogde schrappen van de zomertijdverordening, evenals het Europees Parlement.

Volgens Juncker is er onvoldoende maatschappelijk draagvlak voor het halfjaarlijkse klokritueel en moeten de lidstaten voor een standaardtijd kiezen.

Om de werking van de interne markt niet te verstoren, mogen de landen daarna niet meer op eigen houtje seizoensgebonden tijden invoeren.

Klok gaat op 31 maart voor het laatst vooruit

Op zondag 31 maart 2019 gaat de klok in de hele EU voor het laatst een uur vooruit naar de zomertijd, stelt Brussel voor. Mocht een lidstaat standaard voor de zomertijd kiezen, dan gaat de klok eind oktober niet meer terug.

Kiest een land permanent voor wintertijd, dan gaat de klok daar op 27 oktober 2019 voor de laatste keer een uur achteruit.

Het Nederlandse kabinet zal binnen enkele weken een oordeel over het plan vellen.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!