Het centrumlinkse en centrumrechtse blok zijn bij de Zweedse parlementsverkiezingen ongeveer even groot geworden. Na het tellen van bijna alle stemmen kwamen beide blokken uit op net iets meer dan 40 procent van de stemmen.

In vergelijking met de vorige stembusgang in het Scandinavische land betekent dat een stevige ruk naar rechts.

Dat komt grotendeels door de anti-immigratiepartij Zweden Democraten (SD), die onder leiding van de populist Jimmie Akesson ruim 17 procent van de stemmen heeft gekregen. Dat is een winst van meer dan 5 procent. De SD is daarmee het front van de rechtse alliantie geworden.

De sociaaldemocraten, die de afgelopen jaren regeringsverantwoordelijkheid droegen, leverden flink in. De partij van premier Stefan Löfven blijft met meer dan een kwart van alle stemmen de grootste, maar heeft geen zicht op de vorming van een stabiele rood-groene coalitie.

Ook met steun van een andere bondgenoot aan de linkerzijde is er geen meerderheid. De onderhandelingen over een nieuw kabinet, van welke kleur dan ook, worden derhalve een moeilijke en langdurige exercitie, mogelijk zelfs een onmogelijke.

Zweden wist vluchtelingenstroom in te dammen

Het succes van de SD past in het plaatje dat elders in Europa te zien was. Rechts-populistisch en extreemrechts trokken recent in Italië, Oostenrijk en Duitsland al veel kiezers door hun ideeën over de aanpak van de vluchtelingencrisis.

Zweden kreeg in 2015 een toestroom van 160.000 immigranten, vooral Syriërs, te verwerken. Löfven slaagde er wel in die in te dammen, maar werd daarvoor niet beloond.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!