Migrantenfamilies die door de Amerikaanse regering werden gescheiden van hun kinderen, weigeren hun kind terug te nemen. Volgens de ouders is het te gevaarlijk en lopen de kinderen gevaar bij terugkomst. 

De American Civil Liberties Union (ACLU), een burgerrechtenbeweging die opkomt voor vrijheden en rechten van Amerikaanse burgers, nam contact op met ouders van 162 kinderen in Midden-Amerika. Daarvan weigerden de ouders van 109 kinderen de hereniging, zei de bond tegen de rechtbank.

"De gesprekken met de ouders waren heel moeilijk", zegt Lee Gelernt van de ACLU. "Hoe graag ze ook met hun kind willen zijn, ze denken dat het te gevaarlijk is."

Gelernt zei deze week in Guatemala te zijn geweest, waar hij ouders van de driehonderd kinderen die nog in de Verenigde Staten zitten, probeerde op te sporen. Twee derde van hen weigerden hun kind terug te nemen. Volgens hem zijn ze bang dat de oudere kinderen door criminele bendes worden gerekruteerd.

De Amerikaanse autoriteiten scheidden zo'n 2.600 kinderen van hun ouders toen ze probeerden de grens over te steken met Mexico. Onder internationale druk tekende de Amerikaanse president Donald Trump in juni een decreet waarin hij beloofde te stoppen met het scheiden van de families. 

De rechtbank oordeelde daarop dat alle kinderen herenigd moesten worden met hun ouders, maar dat bleek zo gemakkelijk nog niet. Veel ouders bleken al te zijn uitgezet. Omdat ze vaak in afgelegen plekken wonen in Midden-Amerika of ondergedoken zijn, is het lastig ze te vinden.