Het Amerikaanse Witte Huis maakt dinsdag bekend dat de 95-jarige Jakiv Palij, een voormalige Poolse bewaker in een naziarbeidskamp, is uitgezet naar Duitsland. Daarmee komt een einde aan bijna vijftien jaar van diplomatiek getouwtrek over zijn lot.

Palij werd geboren in het deel van Oekraïne dat destijds tot Polen behoorde. Palij diende onder de Russen als kampbewaker in een werkkamp voor Joodse mannen, vrouwen en kinderen in de Oost-Poolse plaats Trawniki. In dat kamp vond op één dag in 1943 een massamoord op zesduizend Joodse gevangenen plaats. 

In 1949 immigreerde Palij naar de VS. Hij verzweeg zijn verleden en beweerde tijdens de oorlog op een boerderij en in een fabriek te hebben gewerkt. Hij verkreeg de Amerikaanse nationaliteit en ging in New York wonen. 

Historici verbonden aan het Amerikaanse ministerie van Justitie ontdekten decennia later dat Palij kampbewaker was geweest. Ze confronteerden hem hiermee en hij tekende een verklaring waarin hij dat toegaf. Mede aan de hand van die verklaring besloot een rechter in 2003 hem zijn staatsburgerschap te ontnemen. 

Een jaar later beval een immigratierechter hem de VS te verlaten. Maar Duitsland, Polen en Oekraïne weigerden de oorlogsmisdadiger op te nemen, waardoor hij gewoon in New York kon blijven wonen.

Het Duitse argument was dat Palij nooit de Duitse nationaliteit bezat en niet in Duitsland is aangeklaagd voor zijn misdaden. Pas na uitgebreide diplomatieke inspanningen van de Amerikaanse regering ging Duitsland toch akkoord.

Weinig naar VS gevluchte nazi's berecht 

Palij is de laatste overlevende van de negen nazicollaborateurs die sinds 2005 van de rechter het land uit moesten worden gezet. In alle andere gevallen weigerden Duitsland en andere landen van herkomst hen op te nemen. Zij zijn uiteindelijk in de VS overleden.

Door de jaren heen zijn circa dertig oud-nazi's wel naar Duitsland gestuurd. Vier van hen werden vervolgens vervolgd.

De bekendste van hen was John Demjanjuk, die tot vijf jaar cel werd veroordeeld voor zijn medeplichtigheid aan de moord op 28.060 mensen in het vernietigingskamp Sobibor in Polen. Hij mocht zijn hoger beroep in vrijheid afwachten en overleed op 91-jarige leeftijd.