De ebola-uitbraak in het oosten van Congo heeft tot nu toe 41 levens geëist, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dinsdag bekendgemaakt.

In totaal zijn 30 ebolabesmettingen bevestigd en wordt in 27 gevallen een besmetting vermoed.

Daarmee is de tweede ebola-uitbraak van dit jaar ernstiger dan de vorige. In april ging het om een uitbraak in de westelijke provincie Équateur. Daarbij werden 53 gevallen bevestigd en kwamen 29 mensen om het leven. Nadat de eerste Congolese ebola-uitbraak in 2018 volgens de WHO voorbij was, volgde de tweede uitbraak.

Conflicten in het oosten van het Afrikaanse land en de grote vluchtelingenstroom die daardoor ontstaat, maken het lastig de ziekte effectief te bestrijden. Ook het drukke verkeer aan de grens met Oeganda en de relatief hoge bevolkingsdichtheid in vergelijking in het oosten bemoeilijken de bestrijding.

Volgens de WHO zijn sinds het begin van dit jaar in de regio zeker 120 geweldsincidenten gemeld.

Veel besmette zorgverleners

Een andere complicerende factor is het hoge aantal besmettingen onder het zorgpersoneel dat patiënten behandelt. In een ziekenhuis in het stadje Mangina liepen 7 van de 71 medewerkers ebola op. De overige medewerkers werden naar huis gestuurd om het risico op verspreiding te beperken.

De regering van Congo is dinsdag begonnen met het toedienen van het experimentele geneesmiddel mAb114. Het middel werd in de VS ontwikkeld uit de antistoffen van iemand die een ebola-uitbraak in 1995 heeft overleefd. Bij tests op apen bleek het middel in alle gevallen effectief.

In 2014 was er ook een ebola-uitbraak in Congo. Daardoor kwamen 42 mensen om het leven. Door een uitbraak in de West-Afrikaanse landen Guinee, Sierra Leone en Liberia in datzelfde jaar vonden meer dan elfduizend mensen de dood.