Rusland moet drie leden van Pussy Riot een schadevergoeding van duizenden euro's betalen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde dat de rechten van de vrouwen herhaaldelijk geschonden zijn tijdens hun rechtszaak. Ook zouden de activisten disproportioneel zwaar gestraft zijn.

De bandleden waren in 2012 opgepakt nadat ze een 'punkgebed' hadden opgevoerd in de Christus-Verlosserkathedraal in Moskou. In dat optreden bekritiseerden zij de Russische president Vladimir Poetin.

Twee leden van de groep zaten vanwege het incident bijna twee jaar vast. Een derde bandlid kwam na zeven maanden vrij.

Het mensenrechtenhof oordeelde dat de celstraffen niet in de verhouding staan tot de ernst van het vergrijp. Zo lieten de Russische rechters het na om te bestuderen of het gedrag van de vrouwen als een oproep tot geweld gezien kon worden. Bovendien leidde het optreden van de vrouwen volgens het hof niet tot schade of letsel.

Het hof oordeelde dat Rusland een schadevergoeding van 16.000 euro moet betalen aan de bandleden die het langst vastzaten. De derde activist heeft recht op 5.000 euro aan compensatie.

Vernederend

Het EHRM uitte ook kritiek op de behandeling van de activisten tijdens hun rechtszaak. Zo moesten zij op "vernederende" wijze in een soort glazen hok plaatsnemen. Ze konden daar alleen via een klein raampje met hun advocaten spreken. Ook zouden de vrouwen in overvolle, slecht geventileerde en snikhete busjes naar zittingen gebracht zijn.

Pussy Riot komt vaker in het nieuws met opvallende protestacties. Zo verstoorden vier andere activisten van de groep zondag de WK-finale door het veld op te rennen. Zij kregen een celstraf van vijftien dagen opgelegd voor die actie.