Acht passagiers van een vlucht van de Amerikaanse vliegmaatschappij Southwest, die eerder dit jaar een noodlanding moest maken vanwege een technisch mankement, klagen de luchtvervoerder aan. Tijdens de vlucht kwam één passagier om het leven en raakten acht anderen gewond.

"Mijn cliënten hebben een bijna-doodervaring meegemaakt, wat waarschijnlijk de rest van hun leven zal beïnvloeden", zei hun advocaat Jonathan Johnson donderdag tegen CNN. Alle acht passagiers zouden ernstige vliegangst aan het ongeluk hebben overgehouden. Johnson zegt te verwachten dat meer van de 144 passagiers een zaak aan zullen spannen. 

De vlucht tussen New York en Dallas kwam op 17 april in de problemen toen een van de motoren ermee ophield. Wrakstukken van de motor braken een vliegtuigraampje, waarna een vrouwelijke passagier gedeeltelijk uit het raam werd gezogen. Ze kon weer aan boord worden getrokken, maar overleed later aan haar verwondingen. Haar dood was de eerste in een Amerikaans passagierstoestel in negen jaar tijd. 

Het toestel moest een noodlanding maken. Onderzoekers ontdekten later dat het ongeluk te wijten was aan een ontbrekend onderdeel in de motor. 

De eisers in de zaak stellen dat zij onder meer gehoorverlies en posttraumatisch stresssyndroom opliepen door het ongeluk. Een paar van hen omschrijft in de rechtbankdocumenten de "vernietigende impact" van het incident op hun relaties.