Achtergrond

50 jaar Europees terrorisme komt met opheffen ETA ten einde

"ETA, Baskische socialitische revolutionaire nationale bevrijdingsorganisatie, wil het Baskische Volk op de hoogte stellen van het einde van haar reis." Zo begint de verklaring waarmee de groepering die Spanje decennialang teisterde met aanslagen zichzelf opheft. Een terugblik op bijna zestig jaar gewelddadige onafhankelijkheidsstrijd. 

In het kort

  • Euskadi Ta Askatasuna (ETA, 'Baskenland en Vrijheid') werd in 1959 opgericht
  • De Baskische onafhankelijkheidsbeweging voerde bijna vijftig jaar strijd tegen de Spaanse regering
  • ETA was verantwoordelijk voor de dood van circa achthonderd mensen
  • Veruit de meeste Basken zijn blij met de opheffing van ETA. Eén op de vijf wil nog wel een onafhankelijk Baskenland

Dictator Franco onderdrukte het Baskische verlangen naar autonomie op brute wijze.

Tijdens de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) vochten Baskische nationalisten aan de zijde van de linkse Republikeinen tegen rechts-nationalistische rebellen onder leiding van generaal Francisco Franco. Na de oorlog verdween Eusko Alderdi Jeltzalea (EAJ-PNV), de Baskische Nationalistische Partij, in ballingschap naar het buitenland. Franco draaide de autonomie die Baskenland vlak na het uitbreken van de strijd was verleend terug en verbood onderwijs in de Baskische taal en het bevorderen van de Baskische cultuur.

Euskadi Ta Askatasuna (ETA, 'Baskenland en Vrijheid') kwam voort uit een studentenvereniging genaamd Ekin, die begin jaren vijftig werd opgericht. De club bestond uit jongeren die zich aangetrokken voelden door het Baskisch nationalisme, maar gedesillusioneerd waren geraakt over het gebrek aan politieke daadkracht bij EAJ-PNV. Toen die partij toch probeerde om invloed uit te oefenen op jongerenbewegingen zoals Ekin, was voor hen de maat vol. Op 31 juli 1959 werd ETA opgericht.

ETA begon als een conservatief-nationalistische beweging, waarbinnen veel nadruk werd gelegd op de etnische Baskische eenheid: onafhankelijkheid op basis van ras. Begin jaren zestig kwam daar verandering in en begonnen het marxisme en het ‘derde-wereldisme’ (een ideologie die eenheid wilde bewerkstelligen onder landen die geen kant wilden kiezen tussen de Sovjet-Unie en het Westen tijdens de Koude Oorlog) de bovenhand te voeren binnen ETA. Het uitgangspunt voor een onafhankelijk Baskenland was niet langer uniformiteit van ras, maar van cultuur.

ETA begon de gewapende strijd onder het regime van Franco, maar ging door toen Spanje democratisch werd.

De eerste ETA-moord werd gepleegd op 7 juni 1968, toen een politieman werd doodgeschoten door ETA-lid Txabi Etxebarrieta, die hij had aangehouden bij een verkeerscontrole. Etxebarrieta werd tijdens zijn vlucht gedood. Als vergelding pleegde ETA haar eerste moordaanslag, op een chef van de geheime politie. Dat leidde tot een showproces tegen zestien ETA-leden. Zij werden ter dood veroordeeld, maar onder grote internationale druk werden die vonnissen omgezet naar levenslange gevangenisstraffen. ETA werd breed gezien als de 'morele winnaar' in het proces.

Admiraal Luis Carrero Blanco, premier van Spanje, ging elke dag rond dezelfde tijd naar de kerk. Op 20 december 1973 waren de gedoodverfde opvolger van generaal Franco, zijn lijfwacht en zijn chauffeur op de terugweg van een mis. De Dodge Dart van de admiraal reed over een straat waaronder een ETA-cel in de vijf maanden daarvoor een tunnel had uitgegraven. De tachtig kilo springstof die in de tunnel was verborgen gooide de auto van Carrero twintig meter de lucht in, over een gebouw van vijf verdiepingen heen. De lijfwacht en chauffeur waren op slag dood, de premier overleed enkele uren later aan zijn verwondingen.

De moord op Carrero wordt gezien als een belangrijke stap op weg naar de Spaanse democratie. Franco kwakkelde met zijn gezondheid en verschillende facties binnen zijn regime worstelden met elkaar om de macht na het naderende overlijden van de dictator. De dood van zijn beoogde opvolger gaf de liberale hervormingsgezinden een beslissend voordeel: in de jaren na het overlijden van Franco in 1975 werd Spanje een democratie.

In het 'nieuwe Spanje' werd Baskenland een autonome regio, met onder andere eigen bevoegdheden op het gebied van belastingheffing en politiediensten en de status van officiële tweede taal voor het Baskisch. Dat was niet genoeg voor ETA, dat volledige onafhankelijkheid bleef eisen en een aangeboden amnestie afsloeg. De groepering splitste zich in meerdere subgroepen, die allen aanslagen bleven plegen.

Volgens historici heeft ETA tijdens haar geschiedenis meer dan achthonderd mensen vermoord.

Wat op de Spaanse democratisering volgde, waren de meest dodelijke jaren uit de geschiedenis van de terroristische organisatie. In de jaren 1978-80 kwamen in totaal 242 mensen om het leven door ETA-aanslagen. De bloedigste aanslag vond plaats in 1987: een bom in de parkeergarage van een winkelcentrum in Barcelona eiste 21 levens en verwondde 45 anderen.

De strijd van de Spaanse overheid tegen ETA werd bemoeilijkt door de opstelling van de Franse autoriteiten. ETA-leden zochten sinds de tijd van Franco regelmatig hun heil in Frans-Baskenland, waar veel minder politie-inzet was dan aan de Spaanse kant van de grens. Na de dood van Franco beschouwde Frankrijk ETA als een interne Spaanse aangelegenheid en werd er weinig samengewerkt tussen de veiligheidsdiensten van de twee landen.

Pas tijdens de jaren negentig kwam er een kentering in dat beleid en na de eeuwwisseling werd de samenwerking op veiligheidsgebied veel intensiever. De slagkracht van ETA nam daardoor geleidelijk af, en in de nasleep van de bomaanslag in Barcelona begon ook de publieke opinie zich tegen de gewapende separatisten te keren.

Een omslagpunt werd bereikt met de ontvoering van het jonge gemeenteraadslid Miguel Ángel Blanco in het Baskische stadje Ermua in 1997. ETA eiste in ruil voor zijn vrijlating dat alle ETA-gevangenen in Spanje werden overgebracht naar gevangenissen in Baskenland. Toen de Spaanse regering weigerde, werd Blanco doodgeschoten. Meer dan zes miljoen Spanjaarden, onder wie veel Basken, gingen de straat op om te protesteren tegen ETA.

ETA riep twee keer een staakt-het-vuren uit, dat de groepering beide keren zelf schond. De Spaanse politie slaagde er steeds vaker in ETA-aanslagen te voorkomen, politie-infiltranten wisten tot de organisatie door te dringen en de hoogste leiders van de beweging werden met regelmaat opgepakt. In 2010 kwam er een nieuwe, "permanente" wapenstilstand. Na jaren van stroeve onderhandelingen droeg ETA in april 2017 zo’n 3,5 ton aan wapens over aan de Franse politie. Op 2 mei 2018 kondigde ETA haar eigen opheffing aan.

De nalatenschap van ETA verdeelt de Basken.

Een overgrote meerderheid van de Basken is blij dat de gewelddadige ETA-tijd officieel ten einde komt, maar veel van hen willen nog steeds een onafhankelijk Baskenland. Tijdens de verkiezingen voor het regionale parlement in 2016 kreeg de separatistische coalitie EH Bildu 21 procent van de stemmen.

Ook de aard van ETA is een splijtzwam: voorstanders van onafhankelijheid benadrukken de eeuwenlange onderdrukking vanuit Madrid en Parijs in het algemeen en de repressie onder Franco in het bijzonder, die het klimaat schepten voor het ontstaan van de gewapende vrijheidsstrijd.

Tegenstanders zeggen dat ETA niets meer dan een terroristische groepering was, zoals de beweging onder andere in de EU te boek staat. ETA bleef gewoon moorden nadat Spanje eind jaren zeventig een democratische staat werd, voeren zij aan. "ETA wilde nooit enige democratie of enige vrijheid teweegbrengen, ze wilde die beëindigen", aldus de Baskische filosoof Fernando Savater.

De Spaanse regering maakte zich ook schuldig aan moord en marteling.

Geen van de partijen in het conflict heeft schone handen. Rechtse doodseskaders - gesteund door Spaanse politici, militairen en leden van de veiligheidsdiensten - voerden tijdens de jaren zeventig en tachtig een 'vuile oorlog' tegen de ETA. Daarbij vielen regelmatig doden die niets met de Baskische afscheidingsbeweging te maken hadden.

Een van die paramilitaire organisaties, de Grupos Antiterroristas de Liberación (GAL, 'Antiterroristische Bevrijdingsgroepen') bleek direct verbonden met de hoogste regionen van de Spaanse politiek. Dat zorgde begin jaren negentig voor een politiek schandaal en gevangenisstraffen voor verschillende hoge ambtenaren en politici, onder wie een voormalig minister van Binnenlandse Zaken, José Barrionuevo.

Uit een rapport dat vorig jaar december werd uitgebracht door de Baskische regioregering blijkt dat er tussen 1960 en 2014 ruim 4.100 klachten werden gedaan over marteling door de politie. Volgens Amnesty International hebben dergelijke beschuldigingen in een (zeer klein) aantal gevallen geleid tot vervolging en veroordeling, maar waren de straffen voor de folteraars en de schadevergoedingen voor de slachtoffers laag.

ETA maakte overigens handig gebruik van de hardhandigheid van de Spaanse veiligheidsdiensten: in handboeken werd leden opgedragen altijd te beweren te zijn gemarteld in gevangenschap.

Lees meer over:
Tip de redactie