Myanmar heeft zaterdag de eerste vijf van de bijna 700.000 Rohingya-vluchtelingen die in kampen in Bangladesh verbleven gerepatrieerd.

Vorige week zei een hoge VN-functionaris nog dat de omstandigheden in Myanmar niet gunstig waren voor repatriëring van leden van de etnische groep.

Bangladesh en Myanmar sloten eind vorig jaar een overeenkomst over de terugkeer van de vluchtelingen. Daarin werd afgesproken dat de repatriëring in januari zou beginnen en twee jaar zou duren. Myanmar wil voor de repatrianten nieuwe dorpen bouwen in de buurt van hun oorspronkelijke huizen, die door het leger zijn verwoest.

De overeenkomst oogstte kritiek van mensenrechtenorganisaties en de VN, die vinden dat de vluchtelingen vrijwillig moeten terugkeren. Ook onder Rohingya is de overeenkomst omstreden, omdat gerepatrieerde vluchtelingen geen staatsburgerschap krijgen, maar slechts een identiteitsbewijs.

Vluchtelingen

De islamitische Rohingya ontvluchtten hun thuisland, nadat veiligheidstroepen afgelopen zomer met veel geweld hadden opgetreden na aanvallen van Rohingya-opstandelingen in de staat Rakhine.

De mensenrechtencommissaris van de VN, Zeid Ra'ad al-Hussein, zei vorige maand dat er "sterke vermoedens" waren dat er sinds augustus vorig jaar "genocidale handelingen" zijn verricht in Myanmar tegen de Rohingya-minderheid.

De 700.000 Rohingya die sinds afgelopen zomer Myanmar ontvlucht zijn, voegden zich overwegend in Bangladesh bij 200.000 mede-Rohingya, die het land bij eerdere geweldsincidenten al hadden verlaten.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!