De Turkse geheime dienst MIT heeft vanuit achttien landen tachtig aanhangers van de geestelijke Fethullah Gülen naar Turkije gebracht.

Dat zegt de Turkse vicepremier Bekir Bozdağ tegen televisiezender Habertürk.

De Turkse regering ziet Gülen en zijn aanhangers als de verantwoordelijken voor de mislukte staatsgreep in 2016. Volgens Bozdağ zijn de MIT-operaties in het buitenland een "grote slag voor de Fethullahistische terreurorganisatie (FETÖ)", zoals de Turkse autoriteiten de Gülen-beweging steevast noemen.

Hoe en waar de acties precies plaatsvonden is onduidelijk. Een woordvoerder van president Recep Tayyip Erdogan zei tegen journalisten in Ankara dat Turkije niet betrokken was bij illegale activiteiten. Hij verwees daarbij naar een actie in Kosovo.

In maart werden zes Gülen-aanhangers met toestemming van het Kosovaarse ministerie van Binnenlandse Zaken naar Turkije gebracht. De minister werd daarvoor ontslagen. "De gebeurtenissen in Kosovo zijn een groot succes. MIT zal soortgelijke operaties blijven uitvoeren", aldus Bozdağ.

Noodtoestand

Sinds de staatsgreep waar Gülen van wordt verdacht geldt de noodtoestand in het land. De noodtoestand is sinds 20 juli 2016 van kracht in Turkije.

"Het is duidelijk noodzakelijk de noodtoestand te verlengen. Als het parlement instemt, zal dat opnieuw gebeuren", zei Bozdağ.

De oppositie eist al geruime tijd opheffing van de noodtoestand, die de fundamentele rechten van de Turken beperkt. Ook het bedrijfsleven protesteert tegen de lange duur van de maatregel, die investeerders afschrikt.

Door de noodtoestand kan de Turkse president Recep Tayyip Erdogan verregaand per decreet regeren. Zo kan er een avondklok worden ingesteld, kunnen media worden beperkt, kunnen burgers preventief gefouilleerd worden en kan de overheid spullen in beslag nemen.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!