De opkomst bij de parlementsverkiezingen in Italië lijkt zondag hoger dan bij de stembusgang in 2013. Italiaanse media meldden dat om 12.00 uur ruim 19 procent van de kiezers had gestemd. Vijf jaar geleden was dat bijna 15 procent.

Partijleiders hebben beloofd met geld te gaan smijten en halen uit naar de EU, de euro en illegale immigratie. Maar de vraag is of er uit de bonte verzameling partijen en gelegenheidscoalities na de stembusgang een stabiele regering komt die de onderliggende problemen aanpakt.

Het land ligt sinds de crisis economisch achter op veel andere Europese landen.

Italië heeft deze eeuw ongeveer net zo veel regeringen en verkiezingen gekend als Nederland, maar economisch is het verschil groot. Het is een van de weinige westerse economieën die er maar niet in slaagt de crisis te boven te komen en die lijdt onder een enorme schuldenlast.

Partijen

De naar verwachting grootste partij wordt een onderling diep verdeelde protestpartij, de Vijfsterrenbeweging (M5S) van Luigi Di Maio.

De grootste fractie wordt naar verwachting de gelegenheidscoalitie van onder anderen de bejaarde centrumrechtse ex-premier Silvio Berlusconi en de Noord-Italiaanse rechtse populist Matteo Salvini.

Berlusconi doet wel mee met zijn partij Forza Italia, maar hij kan zelf geen premier meer worden na een veroordeling van belastingfraude. Hij zou Antonio Tajani, de Italiaanse voorzitter van het Europees Parlement naar voren schuiven.

Centrumlinks wordt aangevoerd door Matteo Renzi van de partij van huidig premier Paolo Gentiloni, de Democratische Partij (PD). Die lijdt naar verwachting onder de pas opgerichte coalitie van radiaal links, Liberi e Uguali (Vrij en gelijk) van Pietro Grasso.

De partij die circa 40 procent binnenhaalt, zou in het nieuwe kiesstelsel een regering kunnen vormen. De stembureaus sluiten zondagavond om 23.00 uur. Drie uur laten volgen uitslagen.