Inwoners van Sint Maarten kunnen maandag hun stem uitbrengen voor de parlementsverkiezingen. Sint Maarten heeft een interim-regering nadat president William Marlin in november is afgezet.

De regering van Marlin, een coalitie van de partijen National Alliance en USP, verloor haar steun toen deze niet akkoord ging met de voorwaarden die Nederland stelde voor 550 miljoen euro aan noodhulp. Er werd toen een motie van wantrouwen tegen Marlin ingediend.

Marlin zelf was het niet eens met het wantrouwen in zijn regering. Hij doet weer mee aan de verkiezingen maandag.

De wederopbouw van het eiland na orkaan Irma zal een groot aandachtspunt voor de nieuwe regering worden.

United Democrats

De grootste kanshebber is de nieuwe partij 'United Democrats’ (UD) waarin twee bestaande partijen zijn gebundeld. De UD hoopt zonder andere partijen een regering te kunnen vormen en politieke rust te brengen op het eiland.

Sint Maarten is sinds 2010 een apart land binnen het koninkrijk der Nederlanden, dat sindsdien al zeven verschillende kabinetten heeft gekend.

Schandalen

De verkiezingen worden overschaduwd door politieke schandalen. Zo is de leider van de USP, Frans Richardson, onlangs opgepakt op verdenking van corruptie en wordt hij verdacht van het kopen van stemmen in eerdere verkiezingen. Richardson is vrijdag vrijgelaten, maar blijft verdachte.

Ook speelt een zaak tegen oud-politicus Silvio Matser. Hij werd woensdag 21 februari veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf voor het kopen van stemmen voor de parlementsverkiezingen, onder meer van gevangenen.

Voorwaarden

De Nederlandse regering stelde twee voorwaarden voor het sturen van noodhulp naar Sint Maarten. Er moest een "Integriteitskamer" ingesteld worden om het gebruik van het noodgeld te controleren en Nederland moest de grensbewaking overnemen en verscherpen.